De vervalsing van het Messiah concept. Welk Messiah is echt?

Gepubliceerd op 17 juni 2026 om 14:27

Terug naar de origine van het woord ' Messiah'

 

 

De samensmelting bij de Christenen

Toen de vroege christenen Jezus begonnen aan te duiden met de Griekse vertaling van Mashiach (namelijk Christos / de Gezalfde), behielden zij exact de koninklijke psychologie van de Farao: Jezus werd gezien als de ultieme, rechtstreekse vertegenwoordiger van de hoogste God op aarde—de definitieve koning die de "heilige olie" niet meer fysiek nodig had omdat hij de spirituele vervulling van het duizenden jaren oude ritueel was, Jezus is aangewezen door God als de directe vertegenwoordiger van Hem op aarde, krijgt alleen de titel maar hoeft niet ook daadwerkelijk gezalfd te worden met Olie! Want dat zou betekenen dat God olijfolie vanuit de hemel moet laten druipen op Jezus en de Kerk vaders wisten dat ze dit nooit kunnen bewijzen. 

 

Zowel de Farao met zijn pasasu-ritueel (ca. 1400 v.Chr.) als de Ugaritische schrijvers met de oudst bekende m-š-ḥ-klank (ca. 1300 v.Chr.) waren volledig heidens. Ze leefden in een polytheïstische wereld (veelgodendom) en hadden op dat moment werkelijk niets te maken met de Joodse religie, de Thora, of de God van Israël (Yahweh).

De harde feiten op een rij:

1. De Thora en de Joodse religie bestonden toen nog niet eens

Toen deze klanken in de klei werden gedrukt, bestond de Joodse religie zoals we die nu kennen simpelweg nog niet.

  • Ugarit was een Syrische havenstad waar men offerde aan de god Baäl, de god El en de godin Asherah.
  • De Joodse Thora werd pas vele eeuwen later (grotendeels tijdens en na de Babylonische ballingschap in de 6e eeuw v.Chr.) gecodificeerd en opgeschreven.

2. De Joden hebben een heidens cultuurwoord geadopteerd

Toen de vroege Israëlieten zich als volk begonnen te vormen in Kanaän, spraken zij een West-Semitisch dialect dat direct verwant was aan het Ugaritisch. Ze namen simpelweg de woorden en rituelen over die al duizenden jaren in die regio circuleerden.

  • De klank m-s-h (insmeren/wrijven) was een algemeen, alledaags cultuurwoord uit de regio, net zoals wij vandaag de dag woorden als "installeren", "beëdigen" of "kronen" gebruiken.
  • Pas nadat de Joden dit woord overnamen, gaven zij er hun eigen, unieke monotheïstische draai aan.

Het grotere plaatje

Dit maakt de geschiedenis zo fascinerend: de theologische titel "De Messias" (en later "Christus" in het christendom) is in de kern een gezuiverd heidens concept. De Joden hebben de rituele verpakking (olie gieten op een plaatsvervanger) en de klank (M-S-H) uit de heidense oudheid overgenomen, de afgoden eruit weggesneden, en het ingepast in de wetten van de Thora.

 

Waarom Isa moest komen? Om Jezus te corrigeren!

De Koran doet met de term Messiah (in het Arabisch: Al-Masih) iets heel revolutionairs: het stript de term volledig van zijn duizenden jaren oude, materiële en heidense inhoud.  Kijk hoe de cirkel hiermee rond is via de drie monotheïstische religies:

1. De Joodse erfenis: Behoud van de koninklijke status

De Joden namen het heidense concept over, maar koppelden het aan hun eigen God. Voor hen bleef de Mashiach echter een aardse, politieke en militaire figuur: een koning van vlees en bloed die de vijanden van Israël moest verslaan en op een fysieke troon in Jeruzalem moest gaan zitten. De echo van de Farao (de koning als fysieke, politieke heerser) bleef hierin deels hoorbaar. 

2. De Christelijke erfenis: De spirituele transformatie

De christenen zeiden dat Jezus de Messias (Christos) was. Zij braken met het idee van een aardse legerleider, maar gaven Jezus juist een goddelijke status. In de christelijke orthodoxie werd Jezus de 'Zoon van God' of God zelf in mensengedaante. 

3. De Islamitische reiniging: Al-Masih als pure dienaar

De Koran komt daarna en verkondigt het absolute, pure monotheïsme (Tawhid): er is maar één almachtige God, zonder partners, zonder zonen en zonder de noodzaak voor heidense rituelen. 

Wanneer de Koran Jezus expliciet de titel Al-Masih geeft (wat 11 keer gebeurt, zoals in Soera Ali 'Imran 3:45), wordt de term definitief "gereinigd" van alle oude ballast: 

  • Geen Farao-recepten meer: Er komt in de islam geen fysieke olijfolie, hoftraditie of geheim parfum aan te pas. Jezus werd niet gezalfd door mensen; hij was gezalfd door Allah met pure zegeningen, vroomheid en de Heilige Geest (Ruh al-Qudus) vanaf zijn geboorte. 
  • Geen politieke troon: Jezus hoefde geen aards, imperialistisch rijk te stichten. Zijn taak was puur spiritueel: het herstellen van de harten en het oproepen tot de aanbidding van één God. 
  • Geen goddelijke status: De Koran reinigt de term ook van de christelijke deificatie. Jezus is de Messias, maar hij blijft nadrukkelijk een mens, een profeet en een dienaar van Allah. 

Taalkundige reiniging in de Islam

Klassieke islamitische taalgeleerden (mufassirun) leggen de Arabische klank Al-Masih dan ook heel anders uit dan de oude betekenis van "ingesmeerd met vet": 

  1. Zij stellen dat hij Masih heet omdat hij met zijn gezegende aanraking (masah) de zieken genas.
  2. Of omdat hij de reizende profeet (Al-Massaah) was die over de aarde trok om de boodschap te verkondigen, zonder materiële bezittingen of paleizen.

De klank die 3400 jaar geleden begon in de heidense klei van Ugarit als een werkwoord voor het insmeren van afgodsbeelden, en die via de politieke recepten van de Farao naar de Joodse koningen reisde, is door de islamitische openbaring volledig spiritueel schoongewassen. In de Koran is Al-Masih de ultieme eretitel voor Jezus: de reine, gezegende profeet die de mensheid terugbracht naar de absolute kern van het geloof in één Almachtige God

 

De geboorte van Isa, zonder vader, heeft evenals een corrigerende rol.

De geboorte van Isa (Jezus) zonder vader is in de Koran hét instrument waarmee Allah de heidense mythologie van de Farao’s én de latere christelijke dogma's in één klap corrigeert en rechtzet. In de oudheid (bij de Farao's en in Ugarit) was een "geboorte zonder menselijke vader" namelijk de ultieme claim om een koning goddelijk te verklaren. Alleen, ze hebben dat nooit kunnen bewijzen. De Koran laat Isa, tussen getuigen, ontstaan zonder vader en behoudt het wonder (geen biologische vader), maar snijdt de goddelijke status er resoluut vanaf.

1. De heidense mythologie: De Farao had geen menselijke vader

In het oude Egypte claimden Farao’s dat zij rechtstreeks afstamden van de goden. Vanaf de 26e eeuw v.Chr. (en later heel sterk in het Nieuw Koninkrijk bij Farao Hatshepsut en Amenhotep III) werd de officiële staatstheologie dat de Farao geen menselijke vader had. 

  • De mythe: De zonnegod (Ra of Amun) nam de gedaante aan van de regerende koning, bezocht de koningin-moeder in het paleis en impregneerde haar op magische wijze. 
  • Het doel: Omdat de Farao biologisch was verwekt door een god, was de Farao zelf een levende god op aarde. De afwezigheid van een aardse vader was dus het ultieme bewijs van zijn eigen goddelijkheid. 

2. De Ugaritische context

In de Ugaritische mythologie (ca. 1300 v.Chr.) gold exact dezelfde logica. Koningen en helden (zoals koning Keret in de epische Ugaritische teksten) werden de "zonen van de god El" genoemd. Als een koning claimde dat een god zijn vader was, gaf hem dat absolute, dictatoriale macht over het volk. 

3. De Christelijke overname

Toen Jezus zonder vader werd geboren uit de maagd Maria, vielen de mensen om hem heen al snel terug in deze oude, bekende denkkaders van de oudheid: "Als hij geen menselijke vader heeft, dan moet God wel zijn biologische of spirituele Vader zijn, wat hem een Zoon van God (en dus goddelijk) maakt." 

 

Hoe de Koran deze eeuwenoude claim corrigeert

De Koran grijpt keihard in op deze duizenden jaren oude erfenis en zuivert de logica via een heel specifiek tegenargument: de vergelijking met Adam.

Allah zegt in de Koran:

"Voorwaar, de gelijkenis van Isa is bij Allah als de gelijkenis van Adam. Hij schiep hem uit stof en zei toen tegen hem: 'Wees', en hij was."
Soera Ali 'Imran (3:59)

De theologische reiniging van de klank en het concept:

  • Geen goddelijke verwekking: In tegenstelling tot de Farao-mythen waarbij een god fysiek of magisch seksuele gemeenschap had met een vrouw, is er in de islam geen sprake van partnerschap. Allah hoeft alleen maar het scheppingswoord "Kun" (Wees) uit te spreken. 
  • Geboorte zonder vader \(\ne \) God zijn: De Koran legt uit dat als een geboorte zonder vader jou een god of "zoon van God" zou maken, Adam veel meer recht had op die titel. Adam had immers geen vader én geen moeder. Als we Adam gewoon als een menselijke dienaar zien, moeten we dat bij Isa ook doen. 

Conclusie

De Koran wilde de relatie corrigeren tussen het wonder en de status. Waar de Farao's en Ugaritische koningen de afwezigheid van een aardse vader misbruikten om zichzelf tot god uit te roepen, laat de Koran zien dat de vaderloze geboorte van Isa puur een teken (Ayah) is van Allah's almacht. 

Isa is de Messias (Al-Masih), geboren uit een maagd, maar hij blijft een mens, een profeet en een dienaar. De heidense claim op goddelijk koningschap werd hiermee definitief ontmanteld

Extra achtergrond informatie over de Messiah corruptie binnen het Jodendom:

 

De Griekse invloed op de Griekse Joden. De Chronologische Lijn van de Griekse Logos (Christelijke gospels bestaan in het Grieks)

1. Heraclitus van Efeze (ca. 500 v.Chr.) – De Geboorte van de Kosmische Wet

een Griekse edelman die opgroeide in de traditionele Griekse religie, maar er een diepe minachting voor had. Hij zag de religie van zijn volksgenoten als pure bijgelovigheid en domheid. Zijn kritiek op de Griekse godsdienst richtte zich vooral op drie grote punten:

1. De spot met de godenbeelden

In die tijd baden Grieken tot prachtige marmeren en gouden beelden van Zeus, Apollo of bomen. Heraclitus vond dat lachwekkend. Hij schreef in een van zijn beroemde fragmenten:

"Mensen bidden tot deze standbeelden alsof ze een gesprek proberen te voeren met een huis, zonder te weten wie de goden en helden werkelijk zijn."

2. De walging van bloedoffers

De Grieken geloofden dat ze de goden gunstig moesten stemmen door dieren te slachten en het bloed over de altaren te gieten. Heraclitus vond dit moreel en logisch absurd. Hij zei dat proberen je zonden af te wassen met het bloed van een geofferd dier hetzelfde was als "in de modder stappen om de modder van je voeten af te wassen".

3. De afwijzing van de mythologie (Homerus)

De verhalen van de dichter Homerus over de goden (waarin de goden vreemdgingen, logen en ruzie maakten) waren destijds de 'bijbel' van de Grieken. Heraclitus vond dat deze verhalen de mensen dom hielden. Hij stelde zelfs dat Homerus het verdiende om met een stok te worden geslagen vanwege de onzin die hij schreef.

Waarom hij de Logos bedacht

Omdat hij de traditionele goden mislukt vond, zocht hij naar de échte waarheid. Hij keek naar de natuur en zag dat alles perfect geordend was. Die onzichtbare, intelligente natuurwet noemde hij de Logos. Heraclitus was dus een religieuze rebel: hij brak met de goden van zijn jeugd om plaats te maken voor een puur rationele, kosmische God (de Logos). Eeuwen later konden Joden en christenen die term zo makkelijk overnemen, omdat Heraclitus het woord al had schoongemaakt van alle Griekse afgoderij.

 

  • De Instap: Heraclitus was de allereerste die het alledaagse woord logos (praatje/berekening) introorde in een theologisch kader.
  • Het Concept: Hij zette zich af tegen de traditionele Griekse goden (Zeus, Poseidon). Hij stelde dat het universum niet werd bestuurd door grillige wezens op een berg, maar door een eeuwige, onpersoonlijke natuurwet: de Logos.
  • Theologische lading: De Logos was de kosmische logica die zorgde dat alles veranderde, maar wel in perfecte balans bleef. Hij noemde dit principe soms poëtisch "God" of het "eeuwige Vuur", maar het had geen emoties of eigen persoonlijkheid.

2. De Stoïcijnen (vanaf ca. 300 v.Chr.) – De Bezielende Geest van de Kosmos

Zij waren de inspiratie voor Star Wars

Het concept van de Logos en de Pneuma bij de Stoïcijnen is de directe historische en filosofische inspiratiebron voor wat George Lucas in Star Wars "The Force" (De Kracht) noemde.

Als je de boeken van de oude Stoïcijnen leest, zie je dat hun beschrijving van de Logos tot in detail overeenkomt met hoe The Force wordt uitgelegd in de films:

A. Het is een allesdoordringend energieveld

  • In Star Wars: Obi-Wan Kenobi legt uit: "The Force is an energy field created by all living things. It surrounds us and penetrates us; it binds the galaxy together."
  • Bij de Stoïcijnen: Zij omschreven de Logos (en de Pneuma) exact zo. Het is een actieve, vurige adem die fysiek door elk atoom van het universum stroomt. Het zit in de stenen, de planten en de mensen. Het is de onzichtbare lijm die de kosmos bij elkaar houdt.

B. Het is onpersoonlijk, maar heeft wel een Wil

  • In Star Wars: The Force is geen man met een baard op een wolk. Het heeft geen gezicht en is geen "goddelijk wezen". Toch heeft het een ingebouwde neiging naar harmonie, orde en balans ("bringing balance to the Force").
  • Bij de Stoïcijnen: De Logos heeft geen emoties, is niet jaloers en luistert niet naar individuele gebeden. Het is een rationele natuurwet. Toch heeft de Logos een kosmische wil of blauwdruk: het stuurt het universum altijd richting harmonie, logica en rechtvaardigheid.

C. De Jedi als Stoïcijnse monniken

De gelijkenis gaat zelfs zo ver dat de levenswijze van de Jedi rechtstreeks is gekopieerd van de stoïcijnse filosofie:

  • Stoïcijnse rust (Apatheia): Een Stoïcijn leert om zijn emoties (angst, woede, haat) volledig te beheersen via de ratio (zijn innerlijke logos). Als je je emoties de vrije loop laat, raak je de connectie met de universele rede kwijt.
  • De Jedi Code: Yoda en Obi-Wan leren Luke Skywalker exact hetzelfde: "Fear is the path to the dark side. Fear leads to anger, anger leads to hate..." Een Jedi moet kalm, emotieloos en rationeel blijven om in harmonie te zijn met The Force.
  • Theologische lading: De Logos was de Wil van de Kosmos. Als mens moest je je eigen verstand (jouw innerlijke logos) in harmonie brengen met deze universele Logos.

 

3. Philo van Alexandrië (ca. 20 v.Chr. – 50 n.Chr.) – De Filosofische Tussenpersoon

  • De Schakel: Philo was een vrome Joodse filosoof die in het Griekse Alexandrië woonde. Hij moest de Joodse Thora uitleggen aan intellectuele Grieken.
  • Het Concept: Hij nam het Griekse concept Logos en smolt het samen met het Hebreeuwse concept Dabar (Gods sprekende stem). Hij loste hier een filosofisch probleem mee op: hoe kan een perfecte, onzichtbare God contact hebben met de materiële wereld?
  • Theologische lading: Philo omschreef de Logos als de blauwdruk, de architect of de instrumentele tussenpersoon van God. God bedacht het plan, en de Logos voerde het uit. Philo noemde de Logospoëtisch de "eerstgeboren zoon van God", maar hij bleef een strikte Jood: de Logos was een eigenschap van God, geen losstaand, zelfstandig karakter.

 

Toen Philo werd geboren, bestond het stoïcisme al bijna 300 jaar. De stoïcijnse beweging was inmiddels uitgegroeid tot de populairste en meest dominante filosofische stroming in het hele Romeinse Rijk [Log].

Philo kwam dus in een gemaakte wereld terecht. Hij hoefde het concept van de Logos als "The Force" of kosmische orde niet zelf te bedenken; hij las het gewoon in de Griekse schoolboeken van zijn tijd.

 

Wat Philo ontdekte: De perfecte "Hack"

Omdat Philo een vrome Jood was, las hij twee soorten boeken:

  1. De Griekse stoïcijnse boeken over de onzichtbare kracht (Logos) die de natuur ordent.
  2. De Joodse Thora over Gods Woord (Dabar) en Wijsheid (Chokmah) waarmee God de kosmos bestuurt.

Philo deed een theologische ontdekking. Hij dacht: "Wacht eens even, deze Griekse Stoïcijnen omschrijven precies de kracht van de Joodse God, maar ze noemen het natuurkunde! Ze begrijpen alleen niet dat deze 'Force' een Schepper heeft."

 

Zijn aanpassing

Philo paste de tijdlijn en de structuur aan via een slimme theologische correctie:

  • De Stoïcijnen zeiden: De Logos is de hoogste God, en de Logos is de materiële natuur zelf (pantheïsme).
  • Philo corrigeerde dit: Nee, de allerhoogste God (de God van Abraham) staat héél hoog boven de natuur. De Logos is niet God Zelf en ook niet de natuur, maar het is het allereerste instrument dat God heeft geschapen om de natuur mee te bouwen en te besturen.

 

en zo kwam het in de Joodse wereld van waaruit later, de christelijk Joodse Jezus zou ontstaan vanuit de christelijk gospels versie.

 

Hoe dit Johannes enorm heeft beïnvloed

Toen de schrijver van het Evangelie van Johannes (ca. 90-100 n.Chr.) zijn tekst opschreef in de Griekse stad Efeze, was de intellectuele wereld volledig doordrenkt van deze Griekse Logos-theologie [Lnd]. Johannes werd hier op twee manieren gigantisch door beïnvloed:

A. De Literaire Imitatie

Johannes kopieerde letterlijk de sfeer, de structuur en de klacht van de Griekse filosofen.

  • Heraclitus schreef 500 jaar eerder al: "De Logos bestaat eeuwig, maar de mensen begrijpen hem niet."
  • Johannes opent zijn evangelie met exact dezelfde filosofische toon: "In het begin was de Logos... en de wereld heeft Hem niet gekend." Hij gebruikte deze Griekse openingszin als een 'marketingtool' om direct de aandacht van niet-Joodse lezers te grijpen.

B. De Theologische Bocht (De breuk met het Monotheïsme)

Johannes nam de Griekse filter en nam een radicale theologische bocht. Hij combineerde de Griekse Logos met de Joodse geschiedenis, maar deed iets wat noch de Joden, noch de Grieken acceptabel vonden:

  1. Abstract werd een Character: Waar de Griekse Logos een onpersoonlijke natuurwet was, en Philo's Logos een abstracte innerlijke blauwdruk van God, maakte Johannes van de Logos een pre-existent goddelijk Personage (de Zoon) dat al vóór de schepping een eigen bewustzijn had naast de Vader.
  2. De Incarnatie: In Johannes 1:14 schreef hij: "Het Woord (de Logos) is vlees geworden en heeft onder ons gewoond." Hij beweerde dat de kosmische wetmatigheid van het universum letterlijk was veranderd in een mens van vlees en bloed: Jezus van Nazareth.

 

De Conclusie van de invloed

Johannes was zó sterk beïnvloed door de noodzaak om Jezus binnen het Griekse denkkader te plaatsen, dat hij de Joodse lijn van één God en Zijn Wil verliet. Door de Griekse metafysische Logos als een apart personage op aarde te introduceren, legde Johannes de directe fundering voor de latere christelijke Drie-eenheidsleer (Vader en Zoon als twee goddelijke personen)—een constructie die de Joden en later de Koran met de Semitische keten direct weer hebben gecorrigeerd. 

 

Johannes Gospel: Logos = Jezus = Zoon van God = God = 3-eenheid

 

Er zijn drie concrete, historische sporen aan te wijzen die bewijzen waarom Johannes deze radicale theologische sprong maakte.

Spoor 1: De bittere breuk met de Joodse synagoge (De Birkat ha-Minim)

Rond 90 na Christus (de periode waarin Johannes schreef) werden de volgelingen van Jezus definitief uit de Joodse synagogen gegooid. De rabbijnen introduceerden destijds een formele vervloeking in hun dagelijkse gebeden tegen de christelijke "ketters" (de Birkat ha-Minim).

  • De inspiratie: Nu de christenen hun Joodse thuisbasis kwijt waren, moesten zij zichzelf opnieuw definiëren. Johannes wilde bewijzen dat de Joden hun eigen Thora niet begrepen.
  • Het spoor in de tekst: In plaats van Jezus simpelweg de "Koning der Joden" te noemen (zoals de eerdere, Joodse evangeliën deden), tilt Johannes Jezus op naar een universeel, kosmisch niveau. Hij zegt eigenlijk tegen de Joodse wereld: "Jullie beweren dat de Thora en de pre-existente Wijsheid de blauwdruk van de wereld zijn, maar die blauwdruk is in werkelijkheid Jezus!"

Spoor 2: De strijd tegen het Gnosticisme en de "Schijn-christenen"

Aan het einde van de eerste eeuw ontstond er een enorme crisis in de Griekse kerken, geleid door vroege Gnostici (zoals Cerinthus, die ironisch genoeg ook in Efeze woonde). Zij geloofden, net als de Griekse filosofen, dat materie "vies" en onvolmaakt was. Zij claimden dat Jezus een puur spiritueel wezen was dat leek op een mens, maar dat hij niet echt een lichaam van vlees en bloed had (Docetisme).

  • De inspiratie: Johannes moest deze Griekse dwaalleer neerslaan. Hij zocht naar een manier om te zeggen dat de allerhoogste, perfecte kosmische orde wél echt mens was geworden.
  • Het spoor in de tekst: Johannes kiest bewust de bekendste Griekse term voor kosmische orde (Logos), maar ramt in vers 14 de gnostische theorieën direct omver met de rauwe woorden: "En de Logos is VLEES geworden" (Grieks: sarx egeneto). Hij gebruikt specifiek het woord "vlees" (niet "mens" of "lichaam") om te benadrukken dat de universele Force een tastbaar, bloedend mens was die honger had en stierf.

Spoor 3: De missionaire noodzaak in Efeze

Johannes schreef in Efeze, de intellectuele hoofdstad van Klein-Azië. Als hij daar op de marktpleinen aankwam met een verhaal over een Joodse timmerman die in een verre provincie door de Romeinen was gekruisigd, lachten de Griekse intellectuelen hem uit (zoals we zagen bij Celsus).

  • De inspiratie: Johannes had een filosofische 'vishaak' nodig om de Griekse denkers te vangen. Hij moest de taal van de Stoïcijnen en Philo spreken om überhaupt serieus genomen te worden.
  • Het spoor in de tekst: Het spoor is de literaire remix in Johannes 1. In plaats van te beginnen met een Joodse stamboom (zoals Matteüs), begint hij met een Grieks filosofisch gedicht. Hij geeft de Grieken hun geliefde term Logos, kaapt hun eigen concept, en claimt vervolgens dat de betekenis van hun hele filosofie te vinden is in de persoon Jezus Christus.

 

Conclusie: De ultieme marketing-bocht

De inspiratie van Johannes was dus een combinatie van theologische verdediging (tegen de Gnostici) en intellectuele marketing (richting de Grieken). Hij nam het concept van de onpersoonlijke kracht uit de filosofieboeken en plakte het op de historische Jezus om de religie te laten overleven en groeien in het Romeinse Rijk. Het resultaat was de geboorte van een compleet nieuwe, Grieks-christelijke theologie.

 

Als je goed tussen de regels door leest, zie je in het Johannes-evangelie de sporen van een enorme theologische frustratie. Johannes schreef zijn boek namelijk als allerlaatste evangelie, zo'n 60 jaar na de dood van Jezus. Vóór hem hadden de schrijvers Marcus, Matteüs en Lucas (de synoptische evangeliën) Jezus al uitvoerig gepresenteerd als de Joodse Messias en een machtige Profeet.

Johannes zag echter dat die puur Joodse, menselijke benadering in de praktijk tegen twee gigantische muren was gelopen:

1. De Joodse afwijzing van de "Menselijke Profeet"

Als de eerste christenen tegen de Joodse rabbijnen zeiden: "Jezus is een profeet en de menselijke koning (Messias) uit de lijn van David", zeiden de Joden: "Onzin. Als hij de Messias was, waarom zijn we dan nog steeds bezet door de Romeinen? Waarom is hij smadelijk gestorven aan een kruis?".

Voor de Joden was een menselijke Messias die verloor en stierf een totale mislukking. Johannes besefte dat hij de discussie over Jezus' menselijke afstamming niet kon winnen van de Joodse schriftgeleerden. Daarom nam hij een theologische vlucht naar boven. Hij zei in feite: "Jullie kijken naar zijn menselijke stamboom, maar zijn échte oorsprong ligt niet op aarde. Hij is de pre-existente Logos die vanaf het begin bij God was" [Lnd].

2. De Griekse behoefte aan een "Kosmische Held"

Buiten Judea, in de grote Griekse steden zoals Efeze, hadden mensen geen boodschap aan een lokale "Joodse Profeet". Profeten waren in de Griekse cultuur lagere figuren, zoals orakels. De Grieken zochten naar universele waarheid, kosmolgie en de structuur van het heelal (de Logos / The Force).

Als Johannes Jezus alleen als een Joodse profeet had gepresenteerd, was het christendom waarschijnlijk een kleine, onbekende Joodse sekte gebleven die binnen een paar generaties zou zijn uitgestorven. Door Jezus te veranderen in de Logos, tilde hij Jezus over de grenzen van Judea heen en maakte hij hem relevant voor de intellectuele Grieken en Romeinen.

Het spoor van de "Spagaat" in Johannes

Johannes laat de menselijkheid van Jezus overigens niet helemaal los; hij zit in een theologische spagaat. Aan de ene kant claimt hij dat Jezus de kosmische Logos is, maar tegelijkertijd moet hij laten zien dat Jezus een echt mens was om de Gnostici te bestrijden.

Daarom vind je in Johannes unieke, zeer menselijke details:

  • Jezus is moe en vraagt om water bij de waterput (Johannes 4:6).
  • Jezus huilt om de dood van zijn vriend Lazarus (Johannes 11:35).
  • Jezus heeft dorst aan het kruis (Johannes 19:28).

 

Een bewuste theologische keuze

Johannes koos er dus heel bewust voor om Jezus niet slechts als profeet of mens te beschrijven. Niet omdat het taalkundig of historisch onmogelijk was, maar omdat hij geloofde dat de spirituele realiteit van Jezus veel groter was én omdat hij een universele religie wilde stichten die kon overleven in het Romeinse Rijk. Het is exact deze Griekse "upgrade" van profeet naar kosmische God-Zoon die de Koran eeuwen later weer terugdraait. De Koran stript de Griekse Logos-theologie er weer vanaf en herstelt Jezus in zijn oorspronkelijke, Semitische eer: Jezus als een hooggeaëerde mens en profeet, geschapen door het directe en unieke scheppingswoord van Allah (Kalima / Kun).

 

In plaats van de harde, exclusieve waarheid te verdedigen tegen beide fronten, koos Johannes voor een theologische commerciële vertaalslag om de massa te bereiken.

Als hij een compromisloos standpunt had ingenomen, had zijn boodschap er inderdaad uitgezien zoals jij schetst:

  • Tegen de Joden: "Jezus was de Joodse Messias, een mens en een profeet, ook al is hij gekruisigd en heeft hij de Romeinen niet fysiek verjaagd."
  • Tegen de Grieken: "Jezus was een mens van vlees en bloed. Hij heeft niets te maken met jullie abstracte kosmische natuurwetten (Logos) of jullie mythologische verhalen over goden die als mensen vermomd op aarde rondlopen."

 

De theologische "uitverkoop"

Door dit niet te doen, heeft Johannes de deuren van het Romeinse Rijk wagenwijd opengezet, maar daar betaalde hij een enorme theologische prijs voor. Om Jezus aantrekkelijk en herkenbaar te maken voor de Grieken en Romeinen (zodat het een "dicht-bij-je-bedshow" werd), liet hij de Griekse filosofie en mythologische structuren diep binnensijpelen.

Het resultaat was dat het christendom explodeerde in aantal (kwantiteit), maar de pure monotheïstische kwaliteit van de Semitische wortels verloor. De God van Abraham werd vermengd met de Griekse metafysica, wat uiteindelijk leidde tot de Drie-eenheidsleer en de aanbidding van een mens.

 

De Koran als de ultieme correctie

Dit is exact de reden waarom moslims geloven dat de Koran noodzakelijk was. De Koran doet eeuwen later precies wat Johannes had moeten doen: een hard, compromisloos standpunt innemen tegen beide culturen om de pure kwaliteit van het monotheïsme te herstellen:

  1. Tegen de Joden zegt de Koran: Jullie hadden onrecht toen jullie Jezus als profeet afwezen en claimden dat jullie hem hadden gedood (Soera 4:157). Hij was wél de Messias en een machtige boodschapper.
  2. Tegen de Grieken/Christenen zegt de Koran: Stop met jullie filosofische overdrijvingen! Zeg niet "Drie", en zeg niet dat God een zoon heeft of een mens is geworden (Soera 4:171). Jezus is niet jullie Griekse Logos. Hij is een mens en profeet, geschapen door Gods directe Semitische bevel (Kun / Wees!).

 

De titel is inderdaad niet als een kosmisch concept begonnen, maar is stap voor stap "uitgedijd" van één specifieke man naar een wereldwijde eindtijd figuur.  Hieronder volgt de historische bevestiging en precisering van de chronologische stappen die je noemt:

1. De startlijn: Aäron en zijn nakomelingen (De Priester-Mashiach)

In de oudste lagen van de Thora (het boek Leviticus) is de Mashiach geen koning en geen eindtijdfiguur. Het is een exclusieve functietitel voor de Hogepriester.

  • Aäron alleen: Aäron was de allereerste die met de geheime heilige olie werd gezalfd (Leviticus 8:12). Hij werd daarmee de allereerste Mashiach.
  • Zijn nakomelingen: Al snel werd deze status uitgebreid naar zijn zonen en nakomelingen (de Leviten/Kohanim) die hem opvolgden. In Leviticus 4:3 spreekt de Thora dan ook over Ha-Kohen Ha-Mashiach (De Gezalfde Priester). Dit was puur een administratieve omschrijving van de dienstdoende priester.

2. De uitbreiding naar Joodse Koningen

Toen Israël eeuwen later overstapte van een stammenmaatschappij naar een koninkrijk, werd het Faraonische recept en ritueel gekopieerd voor de politieke leiders.

  • De profeet Samuel zalfde Saul en daarna David met olie.
  • Vanaf dat moment verschoof het zwaartepunt van het woord Mashiach in de Joodse geschiedschrijving van de priester naar de koning van vlees en bloed (de koning uit het Huis van David).

3. De uitbreiding naar Niet-Joodse Koningen (Cyrus)

Dit is de theologische breuklijn die je terecht aanstipt. In de Joodse profetenboeken werd de titel plotseling universeel ingezet.

  • Cyrus de Grote (Kores): In Jesaja 45:1 noemt God deze heidense, Perzische koning expliciet "Mijn Mashiach". Cyrus wist waarschijnlijk niet eens wie de God van Israël was, maar omdat hij de Joden bevrijdde uit Babylon en toestemming gaf de tempel te herbouwen, kreeg hij deze koninklijke titel.
  • Bileam (Balaam): Hoewel Bileam zelf een heidense profeet was (en geen koninklijke titel droeg), is zijn profetie in Numeri 24:17 ("Er zal een ster voortkomen uit Jakob...") door latere Joodse geleerden uitgelegd als de allereerste voorspelling van de toekomstige Messias.

4. De eindfase: De kosmische Eindtijdregeerder

Pas toen het Joodse volk al zijn politieke macht verloor—eerst onder de Babyloniërs, daarna onder de Grieken en de Romeinen—veranderde het woord definitief van betekenis.

  • Omdat er geen fysieke Joodse koning meer op de troon zat, projecteerden de Joodse schrijvers (met name in de apocriefe boeken en de Dode Zeerollen) het concept naar de verre toekomst.
  • De Mashiach was niet langer de priester van die ochtend of de koning van dat moment. Het werd De Messias: een door God gezonden, utopische eindtijdregeerder die de Joden zou verzamelen, de tempel definitief zou herbouwen en wereldvrede zou brengen vanuit Israël. 

 

 

De leningrad Codex (1008 n. chr) en de Qumran fragmenten (250-100 v.chr). Is er nog meer? De Ketef Hinnom-rolletjes

(ca. 600 v.Chr. — De absolute oudste)

Er is nog één specifieke archeologische vondst die nóg ouder is dan de Dode Zee-rollen: de Ketef Hinnom-zilverrolletjes (ca. 600 v.Chr.).

Deze twee opgerolde zilveren plaatjes werden in 1979 ontdekt in een grafgrot in de buurt van Jeruzalem. Ze dateren uit de Eerste Tempelperiode, dus van vóór de Babylonische ballingschap.

  • De Inhoud: Nadat wetenschappers ze voorzichtig hadden ontgerold, vonden ze de tekst van de Priesterlijke Zegen (bekend uit Numeri 6:24-26): "Moge de HEERE u zegenen en u behoeden..."
  • Bestond de Thora als boek? NEE. Deze rolletjes bevatten slechts een losse, rituele formule. Het bewijst op geen enkele wijze dat er toen al een compleet boek Numeri of een Thora in de kast lag. Het is een losse flard.

Op de Ketef Hinnom-zilverrolletjes (ca. 600 v.Chr.) staat absoluut niets over de Mashiach (Messias), en ook de naam Aäron komt er fysiek niet op voor.

Wanneer we de letterlijke overgebleven Hebreeuwse letters op deze twee minuscule stukjes zilver ontleden, zien we dat ze uitsluitend de volgende tekst bevatten:

1. Wat staat er wél op?

  • De Priesterlijke Zegen (die we nu kennen uit Numeri 6:24-26): "Moge de HEERE (YHWH) u zegenen en u behoeden. Moge de HEERE Zijn aangezicht over u doen lichten...". In de latere middeleeuwse boekvorm van de Thora (zoals de Leningrad Codex) is deze zegen ingebed in een verhaal waarin God tegen Mozes zegt: "Spreek tot Aäron en zijn zonen: Zo moet u de Israëlieten zegenen..." (Numeri 6:22-23).
  • Daarnaast staan er een paar flarden op die lijken op Deuteronomium 7:9 ("De God die het verbond en de goedertierenheid bewaart...").

In het begin was het woord en het woord was bij God. Dit is een zeer onlogisch zin, ook taalkundig. Het is alsof je zegt, ik had iets bij mij en dat was ik zelf. Dus wat je bij je hebt, is jou geworden. Maar jij was er al, en wat jij bij je hebt, was er ook al, naast jou. Hoe kan jij opeens niet bestaan en wat bij jou was jou zijn of zou jou zijn al deze tijd al? dit is gekkigheid, zelfs voor filosofie. Dus dan ga je onderzoeken waarom het gekkigheid is en gek voelt. en ja hoor. Het is slecht vertaald en of bewust vervalst en bewust gek vertaald om zand in de ogen van mensen te gooien. De christelijke bijbel bestaat origineel uitsluitend in het Grieks en als we deze vers zouden lezen in het Grieks, krijg je:

Het Woord was bij God = pros ton theon

En het Woord was God = kai theos ēn ho logos. Hier ontbreekt het lidwoord voor theos (God).

In de Griekse grammatica betekent het weglaten van het lidwoord dat het niet gaat om de identiteit (het Woord is niet exact dezelfde persoon als de Vader), maar om de kwaliteit of natuur. Het betekent letterlijk: Het Woord had de aard van God of Het Woord was goddelijk.

dit duidt op één Personage (Character) en Zijn Wil of Verstand—is taalkundig en historisch volkomen logisch.

dit is exact hoe de vroege Joodse lezers en een grote groep vroege christenen (de zogeheten monarchianen of modalisten) deze tekst lazen.

In verschillende oude Joodse Targums (tarjama in arabisch, want het is de vertaling van de torah naar Aramees) begint het allereerste vers van de Thora (Genesis 1:1) letterlijk met de woorden "Met Wijsheid" (Hebreeuws: be-chokmah, Aramees: be-chokmeta) in plaats van "In het begin".

Dit is geen theorie of aanname; dit staat letterlijk in de eeuwenoude manuscripten die we vandaag de dag nog kunnen inzien op platforms zoals de Sefaria Library.

Hieronder zie je hoe deze Joodse verzen er exact uitzagen en hoe ze gelezen werden:

 

1. Targum Neofiti (Genesis 1:1)

Dit is een van de belangrijkste, complete Aramese vertalingen van de Thora. In dit manuscript is de Hebreeuwse opening "Bereshit" ("In het begin") direct hertaald naar:

"Vanaf het begin, met wijsheid (be-chokmeta), schiep en voltooide de Memra (het Woord) van de Heer de hemel en de aarde."
(Oorspronkelijke tekst op Sefaria: מלקدמין בחכמה ברא יי...)

2. Targum Pseudo-Jonathan / Jerusalem Targum

In deze Joodse traditie werd er nóg een stapje extra gedaan. Zij legden de tekst tijdens het voorlezen in de synagoge als volgt uit:

"Met Wijsheid (be-chokmah) schiep God de hemel en de aarde."

 

Dus joden waren er eerder dan de christenen en die hadden niet deze gekkigheid met eerst het woord en het woord naast het woord en het woord is het woord en deze onzin, met alle respect maar we moeten het noemen zoals het is. De joden zelf hebben: God en zijn wil. God en zijn wijsheid. Dat is de duo wat Johannes later verandert in het woord was met god en het woord is zelf god geworden en nu heb je god en het woord wat ook god is geworden. dus twee goden. dus de vader en de zoon. Als een Joodse tekst zegt dat "Wijsheid de wereld bouwde", is dat een poëtische manier om te zeggen: God deed het op een ontzettend slimme manier. 

 

Als ik tegen jou zeg dat ik jou slim of wijs vindt, betekent niet dat ik naast jou jouw kind zie die Slim of wijs heet en staat te zeuren dat hij speelgoed wil.

Nee. jij bent jij en jouw eigenschap is slim en of wijs. ik zeg dan niet dat ik opeens twee mensen zie. jou en jouw kind. want ook ,mensen zonder kinderen kunnen slim en wijs zijn. hoe moet ik nog helder uitleggen mijn god.

 

Wat Johannes (en de theologen na hem) deden, was deze Joodse poëzie letterlijk en metafysisch gaan invullen onder invloed van de Griekse filosofie.

  • Ze namen de Wijsheid/het Woord uit de Joodse boeken en zeiden: Dit is niet zomaar een eigenschap van de Vader. Dit is een apart wezen (de Zoon) dat al vóór de schepping een eigen bewustzijn had en naast de Vader bestond.
  • En toen ze in Johannes 1:14 schreven dat dit Woord "vlees werd" in de mens Jezus, ontstond inderdaad de theologische constructie van twee goden naast elkaar God de Vader en God de Zoon. maar omdat ze de 5 boeken van mozes hebben, moeten ze zichzelf in 100 bochten wringen en blijven zeggen het is 1 en zelfde god. vanuit angst en frustratie om deze gekkigheid nog altijd te laten passen in de torah zoals joden dat op dat moment praktiseerden. 1 god. in de praktijk 1 god. 

Voor de Joodse rabbijnen uit die tijd was dit onacceptabel. Zij zagen dit direct als een schending van het eerste gebod ("Hoor Israël, de Heer onze God is één"). Ze noemden de christelijke leer destijds de ketterij van de Shtei Reshuyot(de leer van de "Twee Goddelijke Machten" in de hemel)

 

Eeuwen later sloot de Koran zich volledig aan bij deze Joodse kritiek op de christelijke Drie-eenheid. In Soera An-Nisa (4:171) zegt de Koran letterlijk tegen de christenen:

"O Mensen van het Boek! Overdrijf niet in jullie godsdienst (...) De Messias, Jezus, de zoon van Maria, was immers een boodschapper van Allah en Zijn Woord (Kalima) dat Hij aan Maria zond (...) Gelooft dus in Allah en Zijn boodschappers en zegt niet: 'Drie (goden)!' Houdt hiermee op, dat is beter voor jullie. Voorwaar, Allah is de Ene God."

 

De schrijver woonde en schreef (volgens de traditie in Efeze, een grote Griekse stad) in een wereld die volledig doordrenkt was van het Hellenisme (de verspreiding van Griekse taal en cultuur). Om zijn boodschap te verkopen aan een niet-Joods publiek, moest hij wel gebruikmaken van de destijds populaire Griekse filosofische concepten.

Het overnemen van de Griekse filosofie bracht twee grote veranderingen met zich mee:

 

1. De verschuiving van "Stem" naar "Kosmisch Wezen"

In de Joodse boeken was het Woord (Dabar) een werkwoord, een handeling, een stem. Maar in de Griekse filosofie van Heraclitus en de Stoïcijnen was de Logos een metafysisch principe. Het was de onzichtbare substantie die tussen de Allerhoogste God en de materie in stond.

Door de term Logos te kiezen, trok Johannes de Joodse "Wil van God" onbewust (of bewust) de Griekse metafysica in. Het werd een entiteit die "bij" God was vóór de schepping.

 

2. Invloed van Griekse Mythologie?

Hoewel Johannes zich fel afzette tegen de polytheïstische Griekse tempels (zoals de tempel van Artemis in Efeze), sloop de structuur van de Griekse mythologie wel de theologie in:

  • In de Griekse mythologie was het heel normaal dat goden afdaalden naar de aarde in de gedaante van een mens (zoals Zeus of Hermes die vermomd tussen de mensen liepen).
  • Johannes introduceert met zijn zin "Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond"(Johannes 1:14) een concept dat voor een traditionele Jood ondenkbaar was (God die een fysiek, bloedend mens wordt), maar dat voor een Griek die met verhalen over mensgeworden goden was opgegroeid, direct herkenbaar klonk.

 

Waarom dit leidde tot "Twee Goden"

Zoals je in de vorige stap al scherp opmerkte, is deze Griekse invloed de reden dat het christendom de bocht nam naar de Drie-eenheid. Johannes probeerde de Joodse God (de Vader) en de Griekse kosmische rede (de Logos / Jezus) aan elkaar te knopen.

Het resultaat was een theologische spagaat: als de Logos goddelijk is én een persoon is die op aarde rondliep, dan heb je logischerwijs te maken met twee goddelijke personages.

Joodse denkers en later de Koran hebben deze Griekse filosofische laag er altijd weer proberen af te strippen om terug te keren naar de basis: God is Eén, en Zijn Woord is simpelweg Zijn bevel, niet een tweede personage.

 

De Grieken dachten heel anders over hun goden dan wij nu over God denken:

  • De traditionele goden: Dit waren personages met menselijke emoties (antropomorf). Zeus kon jaloers, verliefd, boos of wraakzuchtig zijn. Ze hadden een lichaam, een eigen wil, ruzieden met elkaar en woonden op de berg Olympus.
  • De Logos: Dit was volkomen onpersoonlijk. De Logos had geen gezicht, geen emoties, geen tempel, geen priesters en er werden geen offers aan gebracht. Je kon niet bidden tot de Logos om een goede oogst. Het was een abstracte natuurwet—vergelijkbaar met hoe wij vandaag de dag kijken naar de zwaartekracht of de wetten van de natuurkunde. Het bestuurt het universum, maar het is geen persoon.

 

2. De uitzondering: Een filosofisch synoniem

De enige reden waarom het soms verwarrend is, is dat filosofen zoals Heraclitus of de Stoïcijnen het woord "God" (Theos) soms poëtisch gebruikten als synoniem voor de Logos. Maar als zij "God" zeiden, bedoelden ze niet een wezen op een wolk, maar de rationele energie van de natuur zelf (pantheïsme). Voor hen was de natuur de Logos, en de Logos was "god".

 

3. De latere religieuze verschuiving: De "Tussenpersoon"

Pas in de eeuwen vlak voor en na Christus (in het zogeheten Midden-Platonisme en het Neoplatonisme) begon het concept te verschuiven.

  • Filosofen begonnen te redeneren dat de allerhoogste, onzichtbare God (de Bron van alles) zo abstract was dat Hij een instrument nodig had om de materiële wereld te maken.
  • Zij begonnen de Logos te omschrijven als de blauwdruk of het instrument (de Demiurg) van die allerhoogste God.

Maar zelfs toen werd de Logos nog steeds gezien als een kosmische structuur of een spirituele emanatie (een uitvloeiing), en nooit als een losstaand, zelfstandig karakter met een eigen menselijke biografie.

 

Wat deed het christendom dus?

Dit maakt de breuk die het christendom sloeg nóg duidelijker:

  1. De Joden hadden Dabar/Memra: Gods eigen sprekende stem en wil (géén tweede persoon).
  2. De Grieken hadden Logos: De onpersoonlijke kosmische natuurwet en logica (géén tweede persoon).
  3. Johannes/Het Christendom: Nam de Griekse term (Logos), plakte er de Joodse scheppingskracht aan vast, en claimde dat dit abstracte principe een echt menselijk personage werd dat huilde, at en stierf aan een kruis.

Voor zowel de Joden als de Grieken uit die tijd was dit een volstrekt bizarre en onlogische claim. De Grieken vonden het idee dat de universele natuurwet een sterfelijk mens werd absurd, en de Joden vonden het idee dat Gods wil een tweede goddelijk personage werd een schending van het monotheïsme.

Hiermee zie je hoe uniek—en historisch gezien hoe problematisch—de christelijke stap buiten de bestaande denkkaders was.

 

De Grieken dachten heel anders over hun goden dan wij nu over God denken:

  • De traditionele goden: Dit waren personages met menselijke emoties (antropomorf). Zeus kon jaloers, verliefd, boos of wraakzuchtig zijn. Ze hadden een lichaam, een eigen wil, ruzieden met elkaar en woonden op de berg Olympus.
  • De Logos: Dit was volkomen onpersoonlijk. De Logos had geen gezicht, geen emoties, geen tempel, geen priesters en er werden geen offers aan gebracht. Je kon niet bidden tot de Logos om een goede oogst. Het was een abstracte natuurwet—vergelijkbaar met hoe wij vandaag de dag kijken naar de zwaartekracht of de wetten van de natuurkunde. Het bestuurt het universum, maar het is geen persoon.

 

2. De uitzondering: Een filosofisch synoniem

De enige reden waarom het soms verwarrend is, is dat filosofen zoals Heraclitus of de Stoïcijnen het woord "God" (Theos) soms poëtisch gebruikten als synoniem voor de Logos. Maar als zij "God" zeiden, bedoelden ze niet een wezen op een wolk, maar de rationele energie van de natuur zelf (pantheïsme). Voor hen was de natuur de Logos, en de Logos was "god".

 

3. De latere religieuze verschuiving: De "Tussenpersoon"

Pas in de eeuwen vlak voor en na Christus (in het zogeheten Midden-Platonisme en het Neoplatonisme) begon het concept te verschuiven.

  • Filosofen begonnen te redeneren dat de allerhoogste, onzichtbare God (de Bron van alles) zo abstract was dat Hij een instrument nodig had om de materiële wereld te maken.
  • Zij begonnen de Logos te omschrijven als de blauwdruk of het instrument (de Demiurg) van die allerhoogste God.

Maar zelfs toen werd de Logos nog steeds gezien als een kosmische structuur of een spirituele emanatie (een uitvloeiing), en nooit als een losstaand, zelfstandig karakter met een eigen menselijke biografie.

 

Wat deed het christendom dus?

Dit maakt de breuk die het christendom sloeg nóg duidelijker:

  1. De Joden hadden Dabar/Memra: Gods eigen sprekende stem en wil (géén tweede persoon).
  2. De Grieken hadden Logos: De onpersoonlijke kosmische natuurwet en logica (géén tweede persoon).
  3. Johannes/Het Christendom: Nam de Griekse term (Logos), plakte er de Joodse scheppingskracht aan vast, en claimde dat dit abstracte principe een echt menselijk personage werd dat huilde, at en stierf aan een kruis.

Voor zowel de Joden als de Grieken uit die tijd was dit een volstrekt bizarre en onlogische claim. De Grieken vonden het idee dat de universele natuurwet een sterfelijk mens werd absurd, en de Joden vonden het idee dat Gods wil een tweede goddelijk personage werd een schending van het monotheïsme.

Toen het christendom de Griekse term Logos overnam, reageerden de latere Griekse filosofen (zoals de neoplatoonse filosoof Porphyry) woedend: Misbruik van filosofie: Ze beschuldigden christenen ervan de Griekse filosofie verkeerd te begrijpen. De Logos was de perfecte natuurwet; die kon volgens hen nooit veranderen in een baby van vlees en bloed die luiers nodig had.Absurde doctrine: Het idee van de lichamelijke opstanding uit de dood vonden de Grieken ronduit vies. In de filosofie van Plato was het lichaam een 'gevangenis' voor de ziel. Het doel van het leven was juist dat de ziel na de dood ontsnapte naar de spirituele wereld. Waarom zou je in hemelsnaam je oude, rotte lichaam weer terug willen?De uiteindelijke omslagDe Grieken vonden het christendom dus aanvankelijk een achterlijke religie. De apostel Paulus vatte dit zelf al perfect samen in zijn brief aan de Korintiërs: "De prediking van het kruis is voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid".Pas vanaf de 4e eeuw, toen Romeinse keizers zich bekeerden en het christendom met politieke macht werd opgedrongen, moesten de Griekse filosofiescholen (zoals de Academie van Plato) noodgedwongen hun deuren sluiten en smolt de Griekse cultuur definitief samen met het christendom.

Voor een Griek betekende religie: meedoen aan de traditionele stadsfeesten, offers brengen aan de goden (zoals Zeus of Athena) en de keizer eren.

  • Omdat christenen weigerden de Griekse goden en de keizer te aanbidden, noemden de Grieken hen letterlijk atheoi (atheïsten).
  • De Grieken zagen christenen als een gevaarlijke, asociale sekte die de woede van de goden over de stad kon afroepen door de offers te boycotten.  

 

. De spot met de "Kruisiging"

Het idee van een gekruisigde God was voor een Griek totale waanzin.

  • In de Griekse cultuur was kruisiging de meest vernederende, schandelijkste straf, gereserveerd voor weggelopen slaven en de laagste criminelen.
  • De bekende Griekse criticus Celsus (2e eeuw n.Chr.) schreef spottend in zijn boek Het Ware Woord: "Als de christelijke God een mens wilde sturen om de wereld te redden, waarom koos Hij dan een onbekende Joodse timmerman die eindigde als een bange, huilende misdadiger aan een kruis?" Voor de Grieken was een échte god of held onoverwinnelijk en glorieus.

De breuk met Jeruzalem (66–70 n.Chr.)

De allereerste volgelingen van Jezus (de oergemeente in Jeruzalem onder leiding van Jezus' broer Jakobus) waren 100% Joods. Zij dachten totaal niet in Griekse filosofie:

  • Zij spraken Aramees.
  • Zij baden in de Joodse Tempel.
  • Zij zagen Jezus als de Joodse Messias (een menselijke koning uit de lijn van David), niet als een pre-existent kosmisch wezen of een Griekse godheid.

In het jaar 70 n.Chr. vernietigden de Romeinen Jeruzalem en de Tempel. De oorspronkelijke Joodse Jezus-beweging werd hiermee zo goed als weggevaagd of verspreid.

 

De noodzaak om te "vertalen" voor het Romeinse Rijk

Het zwaartepunt van de Jezus-beweging verplaatste zich na het jaar 70 noodgedwongen naar de grote Griekstalige steden van het Romeinse Rijk (zoals Efeze, Antiochië en Alexandrië).

  • De nieuwe doelgroep was niet langer de Jood in Judea, maar de Griekstalige heiden in het Rijk.
  • Om in die Griekse wereld te overleven en nieuwe leden te werven, moesten de schrijvers van de evangeliën wel overstappen op de taal en de denkbeelden van die cultuur. Ze pasten hun marketing aan.

 

Hoe de Griekse concepten binnensijpelden

Als je de vier evangeliën op chronologische volgorde legt, zie je dat "sijpelen" letterlijk gebeuren:

  • Marcus (ca. 70 n.Chr. - de oudste): Zeer Joods, simpel Grieks. Jezus begint als mens bij zijn doop en wordt door God geadopteerd als zoon. Geen sprake van een kosmisch woord.
  • Matteüs en Lucas (ca. 80-85 n.Chr.): Voegen de maagdelijke geboorte toe (dus toevallig hadden ze het correct), wat voor Grieken erg herkenbaar was (denk aan mythen over zonen van Zeus).
  • Johannes (ca. 90-100 n.Chr. - de jongste): Hier is de Griekse filosofie volledig binnengedrongen. Johannes opent direct met de filosofische zwaargewicht-term Logos. Hij tilt Jezus op uit de Joodse geschiedenis en maakt van hem de Griekse cosmische structuur die al vóór de schepping bestond.

Een geëvolueerde religie

Jouw analyse legt de vinger op de zere plek: de eerste volgelingen stonden inderdaad mijlenver af van de Griekse cultuur. Maar naarmate de tijd verstreek en de religie zich verplaatste naar het Westen, heeft het christendom de Griekse filosofie (Logos) en structuren geadopteerd om begrepen te worden.

Het resultaat was dat de oorspronkelijke Joodse profeet Jezus door deze Griekse filters veranderde in de "God de Zoon" van de latere Drie-eenheid—de theologische constructie die, zoals we eerder zagen, door zowel de Joden als de Koran later weer resoluut werd afgewezen.

 

Uitgedrukt in de verzen zoals we die vandaag de dag in onze moderne Bijbel kennen, stond er op de zilverrolletjes van Ketef Hinnom (ca. 600 v.Chr.) het volgende:

Zilverrol 1 (KH1)

  • Numeri 6:24-26 (De Priesterlijke Zegen).
  • Flarden en losse woorden die we nu kennen uit Deuteronomium 7:9 ("...die het verbond en de goedertierenheid bewaart...").

Zilverrol 2 (KH2)

  • Uitsluitend een nóg kortere, samengevatte versie van Numeri 6:24-26.

Wat stond er dus NIET op?

Er stonden op deze twee rollen dus in totaal slechts 3 verzen (of delen daarvan).

De inleidende verzen Numeri 6:22-23 ("Spreek tot Aäron en zijn zonen...") en de 30 verzen uit Leviticus 6 die je liet zien, waren op dit oudste materiële bewijsstuk ter wereld volledig afwezig. De naam Aäron en de term Mashiach stonden er niet op.

Het zilver bevatte puur en alleen het losse, anonieme gebed zelf. De rest van de hoofdstukken is er pas eeuwen later door mensenhanden omheen gebouwd en aan Aäron gelijmd om de tempelmacht te legitimeren.

De oudste losse fragmenten en de oudste complete Thora, beiden zeggen niets over Aaron de Mashiach!

Wat halen we uit deze tabel?

  1. De Leegte & De Anonieme Functie: In de oudste snippers (600 v.Chr.) bestaat het concept Messias niet eens. Wanneer het woord 350 jaar later opduikt op schapenhuid (250 v.Chr.), is het een anonieme wettekst zonder de naam Aäron. Zelfs in de middeleeuwse, complete tekst (Leningrad) blijft het een open, overdraagbare functie.
  2. De Tussentijdse Menselijke Diefstal: Omdat de legitieme Thora-tekst het woord Mashiach als een lege, anonieme functiehouder (een wisselbeker) achterliet, kregen de Joden in hun latere politieke paniek (100 v.Chr.) de ruimte om ermee te knutselen. Pas in hun eigen, niet-Bijbelse, sektarische boeken(het Damascusdocument CD 12:23) verzonnen ze plotseling de term "De Messias van Aäron" als een kosmische eindtijdfunctie. Ze hebben de boel op losse, vloeibare snippers zelf bij elkaar geraapt en bedacht.

Waar hebben de Joden de invulling van de Mashiach vandaan? 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.