Papyrus 77 en 103 tezamen. Papyrus 103 Papyrus 77
Dit is Papyrus 103 en 77 en de tekst is geschreven in het Grieks, niet in de taal van Jezus (Aramees).
Er is een verband tussen Papyrus 77, 103 en 104:
Hoewel ze verschillende nummers hebben gekregen in de administratie, horen ze historisch, archeologisch en taalkundig onlosmakelijk bij elkaar als één hechte 'familie'. Dit zijn de drie manieren waarop deze drie iconische vondsten met elkaar verbonden zijn:
1. De Geografische Connectie: Dezelfde Antieke Vuilnisbelt
Alle drie de papyri zijn op exact dezelfde plek gevonden. Ze lagen begraven onder het woestijnzand van de antieke Egyptische stad Oxyrhynchus. Ze zijn in hetzelfde opgravingsseizoen (1897) uit de grond getrokken door de Britse archeologen Grenfell en Hunt.
Dat betekent dat de vroegste christenen in deze specifieke Egyptische provinciestad rond het jaar 150-175 n.Chr. deze exacte manuscripten in hun handen hebben gehad, hebben gelezen en uiteindelijk hebben weggegooid.
2. De Fysieke Connectie: P77 en P103 zijn ÉÉN Boek
De band tussen Papyrus 77 en Papyrus 103 is zelfs nóg intiemer: ze zijn afkomstig uit exact hetzelfde fysieke handgeschreven boekje.
- Wetenschappers hebben onder de microscoop aangetoond dat de vezelstructuur van het papyrus, de kleur van de inkt en de unieke lay-out (de marges en kolommen) identiek zijn.
- Wat de doorslag gaf, was het handschrift (paleografie): de specifieke, sierlijke manier waarop de Griekse letters zijn geschreven, bewijst dat dezelfde kopiist zowel Papyrus 77 als Papyrus 103 heeft opgeschreven.
- Het zijn simpelweg losse, verscheurde bladzijden van hetzelfde Mattheüs-evangelie die na 1800 jaar apart van elkaar uit de dozen zijn gehaald.
3. De Inhoudelijke Connectie: Het Vroege Mattheüs-Landschap
Hier komt Papyrus 104 in beeld. Wat Papyrus 77, 103 en 104 theologisch met elkaar verbindt, is dat zij de drie alleroudste getuigen van het Evangelie van Mattheüs op aarde zijn.
Wanneer tekstwetenschappers de tekst van dit trio analyseren, zien ze dat ze alle drie dezelfde vroege 'tekstfamilie' (de vroege Alexandrijnse of neutrale traditie) weerspiegelen.
- Ze laten alle drie een tekst zien die korter, compacter en vrijer is van menselijke 'versieringen'.
- Waar P104 bewijst dat vers 21:44 ("wie op deze steen valt...") nog niet bestond, laten P77 en P103 zien dat ook andere verbindingswoorden en theologische harmonisaties die we nu in de moderne Bijbel vinden, in het jaar 150-175 n.Chr. in Egypte nog nergens te bekennen waren.
Het Grotere Plaatje
Dit trio vormt samen het materiële bewijs van hoe het Evangelie van Mattheüs in Egypte begon: als losse, handgeschreven boekjes (codices) die intensief werden gelezen, waarin kopiisten subtiele taalkeuzes maakten, en die uiteindelijk op de vuilnisbelt belandden.
Dit trio levert het harde, materiële bewijs dat er rond 175–200 n.Chr. nog absoluut geen complete Bijbel bestond. Dit bewijs rust op drie concrete, archeologische feiten:
1. Het fysieke bewijs van de 'Monobook'-Codex
Wanneer wetenschappers de bladzijden van P77 en P103 wiskundig reconstrueren (door de letters te tellen en de marges te berekenen), kunnen zij exact bepalen hoe dik het oorspronkelijke boekje was.
- De uitkomst: Dit handgeschreven boekje bevatte uitsluitend het Evangelie van Mattheüs.
- De conclusie: Het boek was fysiek veel te dun om de andere evangeliën (Markus, Lukas, Johannes), de brieven van Paulus of het Oude Testament te bevatten. Het christendom circuleerde in deze periode in monobooks: losse, op zichzelf staande geschriften.
2. De materiële leegte in de vuilnisbak van Oxyrhynchus
De archeologen Grenfell en Hunt hebben de antieke vuilnisbelt van Oxyrhynchus metersdiep afgegraven. Zij vonden tienduizenden documenten uit de tweede eeuw.
- Tussen al dat afval vonden zij wel dit trio met flarden van Mattheüs, maar geen enkele samengestelde Bijbel.
- Als er in die tijd een 'Heilig Boek' met alle christelijke geschriften had bestaan, had er ten minste één fragment van zo'n verzamelband in de gortdroge woestijngrond moeten overleven. De totale afwezigheid daarvan bewijst dat zo'n boek simpelweg nog niet werd geproduceerd.
3. De afwezigheid van een tekstuele standaard (De 'vloeibare' tekst)
Een 'Bijbel' impliceert een vastgestelde, officiële inhoud. Dit trio laat echter zien dat de tekst van Mattheüs rond 175–200 n.Chr. nog volop in beweging was.
- Zoals we zagen bij P104 , bestond een cruciaal vers als Mattheüs 21:44 nog niet.
- In P77 en P103 ontbreken diverse verbindingswoorden en theologische harmonisaties die pas eeuwen later door middeleeuwse kopiisten in de tekst zijn gevlochten.
Als de tekst van één los evangelie binnen dezelfde stad al zo sterk verschilde en nog niet eens 'af' was, kon er onmogelijk sprake zijn van een universele, kant-en-klare Bijbel. Dit trio laat zien dat een christen in Egypte rond het jaar 175 n.Chr. hooguit toegang had tot één handgeschreven boekje van één specifiek evangelie. Het idee van een 'Nieuw Testament' of een complete 'Bijbel' op het nachtkastje is een later concept.
Reactie plaatsen
Reacties