Dit is Papyrus 4 en de tekst is geschreven in het Grieks, niet in de taal van Jezus (Aramees).
Na de ontdekkingen van het Johannesevangelie (P^52) en het Mattheüs evangelie (P^104) en (P^64/67) brengt Papyrus 4 ons bij het derde synoptische evangelie: het Evangelie van Lucas.
Dit manuscript toont aan hoe diep de tekstuele pluriformiteit en het gebrek aan centrale controle destijds geworteld waren.
- De Ontdekking: In 1889 stuitte de Franse archeoloog Jean-Vincent Scheil in Egypte op dit fragment.
- De Vindplaats: Coptos (het huidige Qift). De snippers lagen niet in een heilige bibliotheek of een kerkelijk archief, maar zaten ingebakken in de gedroogde klei van een antieke modderstenen muur.
- Huidige Locatie: Het manuscript wordt bewaard in de Bibliothèque nationale de France (BnF) in Parijs.
- De Datering: Net als de Magdalen-papyri (P^64/67) is dit document door paleografen stevig gedateerd in het derde kwart van de tweede eeuw (ca. 150–175 n.Chr.).
- De Inhoud: Vier grotere fragmenten met substantiële delen van Lucas 1, 5 and 6.
Het Heilige Boek als Bouwafval
De vondst van Papyrus 4 legt een theologische bom onder het idee dat de vroegste christelijke Schriften vanaf dag één met angstvallig, goddelijk ontzag werden behandeld en beschermd. In de antieke wereld was papyrus een kostbaar, maar puur materieel product. Als een boekrol of codex beschadigd raakte, letters vervaagden of de tekst om theologische redenen niet meer werd gebruikt, gooide men het simpelweg weg. Kopiisten en bouwlieden hergebruikten het materiaal als versteviging voor muren, als stopmateriaal of als vulling voor de mummie-kisten van overledenen (het zogeheten cartonnage). Dat dit Lucasevangelie eindigde als goedkope opvulling in een modderwantoont aan dat de vroege kerk geen centrale, materiële controle had over haar eigen overleveringen.
De bijbel is niet hetzelfde gebleven!
Papyrus 4 bevat theologische varianten die afwijken van de latere middeleeuwse standaardbijbels. De tekst vertoont sterke taalkundige kenmerken van wat wetenschappers de Westerse tekstvorm noemen. Dit is een vroege tekstfamilie die bekendstaat om haar vrije omgang met de woorden: kopiisten voegden hierbij vaak zelf verduidelijkingen toe of schrapten passages die theologisch ingewikkeld waren.
Hieronder staan de twee sprekende voorbeelden uit Papyrus 4 overzichtelijk naast elkaar gezet, met de exacte Griekse kernwoorden en de letterlijke vertaling. Dit schema toont exact hoe de vroege kopiisten in de tweede eeuw zinnen handmatig bijschaafden om de logica te verbeteren of om verhalen dramatischer te maken.
Wat leert dit overzicht ons?
Wanneer je deze verzen zo strak naast elkaar ziet, zie je dat de veranderingen in de tweede eeuw heel menselijk waren. Papyri zoals Papyrus 4 laten zien dat de evangeliën in hun vroege geschiedenis geen onveranderlijke, versteende blokken tekst waren, maar levende documenten waarin kopiisten taalproblemen oplosten en details herhaalden om het verhaal soepeler te laten lopen.
Wanneer we Papyrus 4 toevoegen aan ons grotere onderzoek, dwingt de archeologie ons tot de volgende conclusie:
- De Evangeliën stonden nog volledig los van elkaar: Rond 150–175 n.Chr. circuleerde Lucas (P^4) in een heel ander type schriftje en in een andere regio dan Mattheüs (P^64/67) of Johannes (P^52). Er was geen overkoepelend 'Nieuw Testament' dat deze teksten verbond.
- Geen universele bescherming: De teksttransmissie lag in de handen van lokale, menselijke gemeenschappen. De ene gemeenschap las de tekst, terwijl een andere gemeenschap in Egypte er letterlijk een muur mee dichtsmeerde.
De harde materiële feiten tot 175 n.Chr.
Wanneer we de balans opmaken van de eerste 150 jaar na de dood van Jezus, toont de archeologie ons een landschap dat volledig versnipperd was:
- Losse snippers: Alles wat we uit deze vroegste periode bezitten, zijn microscopisch kleine fragmenten ter grootte van een pinpas.
- Geen bundeling: Elk fragment was onderdeel van een eigen, op zichzelf staand schriftje. Een christen in het jaar 175 n.Chr. bezat hooguit één los exemplaar van bijvoorbeeld het Evangelie van Johannes óf een brief van Paulus. Niemand had een 'Nieuw Testament' op zijn nachtkastje liggen.
- Vloeibare tekst: Zoals we hebben gezien, waar vers 44 nog ontbrak in Papyrus 104 en waar kopiisten zinnen gladstreken in Papyrus 4, waren deze losse boekjes nog volop in beweging. Er was geen centrale autoriteit of paus die waakte over een 'officiële' tekstversie.
Zover is besproken:
Reactie plaatsen
Reacties