Palestina in de oudheid (geen zekere bronnen, anders dan religieuze verhalen die doorgegeven zijn)
(de samenvatting van dit artikel is onderaan, in vet gedrukt rood font)
Dit is een fundamenteel principe in ons Burgerlijk Wetboek (Artikel 3:13 BW).
- De wet: Je mag een recht dat je hebt (bijvoorbeeld je eigendomsrecht) niet gebruiken met het doel een ander te schaden of voor een doel waarvoor het niet bedoeld is.
- Voorbeeld: Als jij een enorme muur op je eigen grond bouwt, puur en alleen om het uitzicht van je buren te verpesten zonder dat je er zelf belang bij hebt, kan de rechter je dwingen die muur af te breken.
https://quran.com/2?startingVerse=58
وَقُلْنَا مِن بَعْدِهِ لِبَنِي إِسْرَائِيلَ اسْكُنُواْ الأَرْضَ فَإِذَا جَاء وَعْدُ الآخِرَةِ جِئْنَا بِكُمْ لَفِيفًا
In boeken als Leviticus 26 en Deuteronomium 28 staat de zogenaamde Tochacha (de Berisping). Hierin wordt expliciet gewaarschuwd dat als het volk zich niet aan de spirituele wetten houdt, het land hen zal "uitspugen".
De kernboodschap: Voorwaardelijke Zegen
God stelt in deze teksten dat het land Israël geen onvoorwaardelijk bezit is, maar een bruikleen. De "zegening" hangt volledig af van het gedrag van het volk.
- Leviticus 26: Hier ligt de focus op de rust voor het land. Als de wetten (zoals het Sabbatjaar) niet worden nageleefd, zegt God: "Ik zal het land verwoesten... en jullie verstrooien onder de volken" Leviticus 26:32-33. De ellende wordt hier beschreven als een directe "rekening" voor het negeren van de spirituele voorschriften.
- Deuteronomium 28: Dit hoofdstuk is nog grafischer. Het begint met prachtige zegeningen (vruchtbaarheid, vrede), maar vanaf vers 15 volgt een lange lijst met vervloekingen. Er staat dat bij ongehoorzaamheid "de hemel boven je hoofd van koper zal zijn en de aarde onder je van ijzer" Deuteronomium 28:23.
Waarom dit leidt tot de visie van "geen land"
Religieuze antizionisten gebruiken deze teksten om te betogen dat de huidige ellende (oorlog, onveiligheid) het bewijs is dat God de terugkeer naar het land nog niet steunt. Hun logica is:
- De Tochacha zegt: Ongehoorzaamheid = Ellende en verdrijving.
- De huidige staat is gesticht op seculiere (niet-religieuze) basis.
- Conclusie: Daarom is er geen vrede en blijft het land een plek van lijden in plaats van rust.
Voor hen is de ellende die je noemt dus geen toeval, maar een directe bevestiging van wat in Leviticus en Deuteronomium werd voorspeld.
Leviticus 18:28 HTB (Het Boek)
Doe deze zonden niet, anders zal Ik u het land uitdrijven, net zoals Ik nu zal doen met de volken die daar wonen.
Delen
Leviticus 18:28 BB (BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands)
Doe daarom niet dezelfde dingen, want dan zal het land ook jullie uitspugen. Net zoals het land het volk heeft uitgespuugd dat daar vóór jullie woonde.
Delen
nu koran
https://quran.com/17?startingVerse=4
De link met Leviticus 18:28
Hoewel de taal in Leviticus 'organischer' is (het land dat braakt), is de onderliggende boodschap in de Koran hier krachtiger op het gebied van goddelijke autoriteit:
- Voorwaardelijk verblijf: Net zoals Leviticus waarschuwt dat het land Israël kan "uitspuwen", herinnert de Koran de mensheid eraan dat hun aanwezigheid op aarde niet vanzelfsprekend is.
- Vervanging: Het "uitspuwen" in de Bijbel resulteert in ballingschap; de Koran spreekt over het volledig "wegvagen" (yudhib'kum) en vervangen door een nieuw volk of een nieuwe schepping als de morele maat vol is.
- Rechtvaardigheid: Beide teksten suggereren dat de schepping (het land of de aarde) toebehoort aan God en dat Hij de bewoners ervan verantwoordelijk houdt voor hun gedrag.
Waar de Bijbelse tekst zich specifiek richt op het land Kanaän en de zonden van de bewoners aldaar, trekken deze Koranverzen het principe naar een universeel niveau: God heeft de hele schepping met een doel (in waarheid) gemaakt, en wie dat doel negeert, riskeert zijn bestaansrecht.
Zowel in het Oude als het Nieuwe Testament wordt de godsvrees (vrees des Heren) direct gekoppeld aan Gods zegen, bescherming en goedheid.
Hier zijn de belangrijkste bijbelse paralellen:
1. Zegen gekoppeld aan ontzag (Psalm 103:17-18)
Net als in de Koran (zoals in 16:128) stelt de Bijbel dat Gods gunst rust op degenen die Hem vrezen:
"Maar de goedertierenheid van de HEERE is van eeuwigheid tot eeuwigheid over wie Hem vrezen... voor wie Zijn verbond in acht nemen en aan Zijn bevelen denken om ze te doen."
2. Voorwaardelijke voorspoed (Deuteronomium 28)
In dit hoofdstuk wordt heel expliciet een "als-dan"-voorwaarde gesteld:
- De zegen: "Als u de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaamt... zullen al deze zegeningen over u komen" (Deuteronomium 28:1-2).
- De vloek: Als het volk God verlaat, volgen er rampen en ballingschap (de bijbelse variant van het "uitspuwen" uit Leviticus 18:28).
3. Godsvrees als bron van leven (Spreuken 14:26-27)
In het boek Spreuken wordt uitgelegd dat godsvrees een praktische voorwaarde is voor veiligheid:
"In de vrees des HEEREN is een sterk vertrouwen... De vrees des HEEREN is een bron van leven."
4. Het verschil: Onvoorwaardelijke genade
Hoewel de Bijbel (vooral in het Oude Testament) veel voorwaardelijke beloften kent, is er ook een belangrijk verschil met het algemene koranische beeld:
- Algemene goedheid: Jezus leert dat God ook goed is voor wie Hem niet vrees voor wat betreft de basisbehoeften: "Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen" (Mattheüs 5:45).
- Onvoorwaardelijke liefde: In het Nieuwe Testament wordt benadrukt dat Gods grootste geschenk (Jezus) kwam terwijl mensen Hem juist niet vreesden: "God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren" (Romeinen 5:8).
Conclusie: In beide boeken is vrees voor God de sleutel tot een gezegend leven en bescherming tegen onheil. In de Bijbel is dit echter ingebed in een breder kader waarin God ook de eerste stap zet naar mensen die Hem op dat moment (nog) niet vrezen.
De eerste vermelding van ' Palestine' bleek niet waar te zijn:
Wat misleidend kan zijn is dat de onderzoeken van de geboorte van Palestina, en de eerste kennismaking ermee in de geschiedenis , komt van Westerse onderzoekers met Christelijke invloeden (tunnel visie) en dat is belangrijk om te vermelden want dat beïnvloedt wat ze lezen in wat ze noemen de Ebla-Tabletten' . De Ebla-tabletten vormen een collectie van ongeveer 2.500 complete kleitabletten en duizenden fragmenten (totaal ca. 17.000) uit de periode 2500–2250 v.Chr.. Ze werden in de jaren '70 ontdekt in het koninklijk paleis van Ebla (Syrië). Het overgrote deel (ca. 90%) van de teksten is administratief en economisch van aard. De inhoud omvat:
- Economische archieven: Registers van handel in textiel en metaal, belastinginning en rantsoenen voor koninklijke bodes.
- Lexicale teksten: De oudst bekende bilinguale woordenboeken ter wereld (Sumerisch-Eblaïtisch), gebruikt voor de opleiding van schrijvers.
- Politieke documenten: Verdragen met naburige steden (zoals Asjoer), koningslijsten en koninklijke decreten.
- Literaire & Religieuze teksten: Hymnen, bezweringen, spreekwoorden en vroege versies van scheppings- en vloedverhalen
Deze tabletten zijn vertaald door Westerlingen. Het Westen van de jaren 70 is niet anders dan het Westen van vandaag de dag. Religieuze en politieke agenda's (tunnel visies) waren er toen en zijn er nog. Hoewel de historische en economische feiten over Ebla zelf als zeer betrouwbaar worden beschouwd, zijn claims over directe links naar Bijbelse figuren of verre steden in Palestina vandaag de dag grotendeels weerlegd of worden ze als zeer speculatief gezien. Om een voorbeeld te geven:
De eerste vertaler, Giovanni Pettinato, claimde sensationele verbanden met de Bijbel, zoals vermeldingen van Sodom, Gomorra en namen als Abraham en David. Latere experts, zoals Alfonso Archi, hebben veel van deze vroege interpretaties gecorrigeerd. Veel "Bijbelse" plaatsnamen bleken bij nader inzien locaties in Noord-Syrië te zijn, niet in Palestina. Omdat het schrift een mix is van Sumerische tekens (logogrammen) en lokale klanken, kan één teken soms meerdere betekenissen hebben, wat vertalen lastig maakt. Wat ze meenden te lezen op deze tabletten zou zoiets zijn als: Pa-la-tu of Pa-ra-tu. Destijds werd dit door sommigen geassocieerd met een vroege vorm van de naam "Palestina". De klank komt in de buurt en dus moest dit het zijn, dachten ze. Maar Ebla was een regionaal machtscentrum. De administratieve tabletten die we hebben gevonden, gaan voor 99% over zaken die zich binnen een straal van 100 tot 200 kilometer rondom de stad afspeelden. Het is veel logischer dat een stad als Ebla handel dreef met een buurdorp in Syrië dan met een kleine stad honderden kilometers verderop in de Jordaanvallei, zeker in 2400 v.Chr.
In de Semitische talen lijken veel plaatsnamen op elkaar omdat ze dezelfde wortels hebben (zoals S-D-M voor "veld" of "vlakte").
- Pettinato las "Si-da-mu" en dacht direct aan Sodom.
- Latere onderzoekers keken naar andere teksten uit die regio en vonden een stad genaamd Sittum of een variatie daarop in Noord-Syrië.
- Hetzelfde gebeurde met "I-ru-sa-la-ma". Men dacht aan Jeruzalem, maar in Noord-Syrië lag een plaats met een bijna identieke naam die veel dichter bij Ebla lag.
3. De manier van schrijven (Cuneiform/Spijkerschrift)
Het spijkerschrift in Ebla was erg complex. Eén teken kon een klank zijn (zoals 'ba'), maar ook een heel woord (zoals 'huis').
- Pettinato interpreteerde sommige tekens als eigennamen van verre steden.
- Archi en anderen toonden aan dat diezelfde tekens vaak gewone administratieve termen waren (zoals "vlakte", "gouverneur" of "betaald bedrag") of namen van lokale Syrische districten.
4. De Politieke Context
Het is belangrijk om te weten dat de ontdekking van Ebla samenviel met een tijd van grote spanningen.
- Pettinato (de Italiaan) wilde graag bewijzen dat de Bijbelse geschiedenis veel ouder was dan gedacht.
- De Syrische overheid was hier niet blij mee, omdat het een historische claim op het land door Israël zou kunnen ondersteunen.
- Alfonso Archi (de opvolger van Pettinato) kreeg volledige toegang tot de archieven en concludeerde na jaren studie dat de "Bijbelse link" simpelweg niet in de teksten stond. Zijn vertalingen worden nu door de meeste academici als de standaard beschouwd.
Laten we kijken naar de beroemde claim over Sodom (Si-da-mu). Dit is het perfecte voorbeeld van hoe een vertaling twee totaal verschillende kanten op kan gaan, afhankelijk van je bril.
Het voorbeeld: Si-da-mu
1. De "Bijbelse" interpretatie (Pettinato):
Giovanni Pettinato zag het woord geschreven in spijkerschrifttekens die je kunt lezen als si-da-mu. Omdat hij zocht naar historische parallellen met de Hebreeuwse Bijbel, legde hij direct de link met de stad Sodom.
- Redenering: De klanken komen bijna exact overeen met de Semitische wortel voor Sodom.
- Conclusie: "We hebben het bewijs gevonden dat de steden uit Genesis echt bestonden in 2400 v.Chr.!"
2. De "Contextuele" interpretatie (Archi):
Alfonso Archi keek naar de kleitabletten die om deze naam heen lagen. Hij ontdekte dat Si-da-mu voorkwam op lijsten met steden die belasting in de vorm van wol en olijfoliebetaalden aan Ebla.
- Het probleem: Sodom (bij de Dode Zee) ligt ruim 400 kilometer van Ebla vandaan. In de bronstijd was het administratief onmogelijk om een stad op die afstand effectief te belasten of daar dagelijks wol van te ontvangen.
- De ontdekking: Archi vond in andere Syrische archieven een lokale stad genaamd Sadu. Hij toonde aan dat de tekens si-da-mu in het Eblaïtisch ook gelezen konden worden als een lokale geografische aanduiding voor een nederzetting in de buurt van de huidige stad Hama in Syrië.
- Conclusie: Het is een lokale Syrische stad met toevallig een vergelijkbare klank.
Waarom dit zo vaak gebeurt
Dit fenomeen noemen we een homoniem (woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen). Denk aan:
- De stad Bergen in Noorwegen.
- De stad Bergen op Zoom in Nederland.
- De stad Mons (Bergen) in België.
Als een archeoloog over 2000 jaar een brief vindt waarin staat: "Ik ga naar Bergen", en hij weet alleen dat de Noorse stad bestaat, dan trekt hij de verkeerde conclusie. Dat is precies wat er met de Ebla-tabletten en de link naar Palestina/Israël gebeurde.
De rol van het "Eblaïtisch"
Het Eblaïtisch is een Archaïsch West-Semitische taal. Het Hebreeuws (de taal van de Bijbel) is ook een West-Semitische taal, maar dan van 1500 jaar later.
- Veel woorden voor "koning", "stad", "veld" of "water" klinken in beide talen hetzelfde.
- Pettinato las een woord dat "Malikum" (koning/bestuurder) betekende en dacht dat het de naam was van een specifieke Bijbelse koning. Archi bewees dat het gewoon een algemene functietitel was, vergelijkbaar met "de burgemeester".
Dus hoe kunnen we Westerse "ontdekkingen" , " vertalingen" enz blindeling vertrouwen, als we uit de geschiedenis helder hebben dat deze Westerse "onderzoekers" vaak erin komen met een tunnel visie wat enorm al bepaald is door hun religie en heilige boeken. In dit geval, het oude testament. Dus wij, de Moslims, en de rest van de wereld, moeten zeer voorzichtig zijn met wat we aannemen aan kennis en ontdekkingen, door door het Westen wordt gepresenteerd. Wij zullen het moeten hebben van objectieve onderzoekers als Alfonso Archi, voorzover dat te toetsen is voor ons als buitenstaanders. In de wereld van de archeologie wordt Alfonso Archi gezien, in het Westen, als de stem van de rede en de wetenschappelijke precisie. Waar zijn voorganger, Pettinato, de tabletten las met een "theologische bril" (op zoek naar de Bijbel), bekeek Archi ze met een filologische en contextuele lens.
De Lens van de "Interne Logica"
Archi's belangrijkste argument was simpel: we moeten de tabletten niet vergelijken met de Bijbel (die pas duizenden jaren later werd geschreven), maar met zichzelf.
- Archi's methode: Hij bracht de hele economie van Ebla in kaart. Hij zag dat de stad een gigantisch commercieel netwerk had dat draaide op textiel en metalen.
- De conclusie: Door de administratieve stromen te volgen, bewees hij dat de namen op de tabletten pasten in de geografie van Noord-Syrië en Mesopotamië. Hij stelde vast dat Ebla een regionale macht was, geen wereldrijk dat tot in het zuiden van Palestina heerste.
2. De Correctie van de "Goden"
Een van de grootste controverses was de naam van God. Pettinato claimde dat de Eblaïeten hun godennamen veranderden van -il (El) naar -ya (Yahweh), wat een link met de God van Israël zou suggereren.
- Archi's Lens: Hij analyseerde duizenden eigennamen en toonde aan dat -ya in Ebla simpelweg een verkleinvorm of een koosnaam-uitgang was (zoals wij "-tje" gebruiken).
- Resultaat: De sensationele claim dat de God van Israël in Ebla werd vereerd, viel hiermee wetenschappelijk in duigen. Het was puur een taalkundig toeval.
3. Ebla als de "Derde Kracht"
Vóór Archi dacht men dat de vroege beschaving alleen bestond uit Egypte en Mesopotamië (Sumerië/Akkad).
- Archi's visie: Hij positioneerde Ebla als een unieke derde beschaving. Hij liet zien dat Ebla geen kopie was van de Sumeriërs, maar een eigen, geavanceerde Semitische cultuur had met een heel eigen politiek systeem (een soort gekozen koningschap in plaats van een absolute god-koning).
4. Het "Objectiviteits-conflict"
Archi kwam in een lastige positie terecht. De Syrische autoriteiten gebruikten zijn werk om de "Zionistische claims" (de Bijbelse links van Pettinato) tegen te spreken.
- Hoewel Archi's werk politiek goed uitkwam voor Syrië, wordt zijn onderzoek door internationale wetenschappers (in de VS, Europa en Israël) als superieur beschouwd omdat hij zijn conclusies baseerde op de teksten zelf, en niet op wat hij wilde dat er stond.
Wat Archi ons nalaat:
Door de lens van Archi is Ebla niet de "voorganger van Israël", maar de trots van het oude Syrië. Het was een beschaving die:
- De eerste bibliotheken ter wereld inrichtte.
- Een complex internationaal rechtssysteem had voor handelsgeschillen.
- Een taal sprak die de grootvader is van bijna alle moderne Semitische talen.
Waar Pettinato de tabletten zag als een "bevestiging van de Bijbel", concludeerde Archi na decennia van studie dat Ebla een Noord-Syrische grootmacht was die haar blik op het oosten (Mesopotamië) en het noorden (Anatolië) richtte, en nauwelijks op het zuiden (het huidige Palestina/Israël).
Hier zijn de drie belangrijkste punten waarop Archi de vermeende connecties ontmantelde:
1. De Geografische "Muur"
Archi toonde aan dat de commerciële horizon van Ebla stopte bij de stad Damascus.
- In de duizenden economische teksten die hij analyseerde, vond hij gedetailleerde routes naar steden in Irak en Turkije.
- De regio Palestina (toen het land van de Kanaänieten) lag in die tijd in de Egyptische invloedssfeer. Archi beargumenteerde dat Ebla en Egypte elkaars territorium respecteerden; daarom was er bijna geen contact met de zuidelijke Levant.
2. Geen Israël, maar "Kanaän"
Archi vond één belangrijke term die de regio raakt: ki-na-hu-na (Kanaän).
- Hij bevestigde dat Ebla de regio in het zuiden kende als een bron van bepaalde goederen, maar hij benadrukte dat dit een puur geografische term was voor een ver gebied, niet een politieke bondgenoot.
- Van de naam "Israël" vond hij geen enkel spoor. Hij legde uit dat de namen die Pettinato als "Israëlisch" las, gewone Semitische namen waren die overal in de regio voorkwamen, net zoals de naam "Jan" in heel Europa voorkomt zonder dat iedereen uit hetzelfde dorp komt.
Hoewel de klank "Is-ra-il" voor ons uniek klinkt, legden Archi en de internationale wetenschappelijke gemeenschap uit waarom dat in 2400 v.Chr. anders lag.
Hier is hoe de discussie tussen de onderzoekers verliep:
1. De taalkundige "ontleding" (De -il uitgang)
Andere onderzoekers, zoals de beroemde archeoloog William G. Dever en de taalkundige Robert Biggs van de University of Chicago, steunden Archi. Ze legden uit dat Is-ra-il in het Eblaïtisch een samenstelling is:
- "Sar" / "Sara": Betekent "heersen" of "strijden".
- "Il": De algemene Semitische naam voor "God" (denk aan El).
- De betekenis: De naam betekent simpelweg "God heerst" of "God strijdt". Omdat bijna iedereen in die tijd een naam wilde die hun god eerde (theophore namen), liepen er in het hele Midden-Oosten duizenden mensen rond met namen die eindigden op -il.
2. De reactie van de internationale wetenschap
Nadat de eerste storm van Pettinato's "Bijbelse sensationele ontdekkingen" was gaan liggen, vonden de meeste onafhankelijke onderzoekers Archi's theorie veel geloofwaardiger.
- Robert Biggs: Hij was een van de weinige Amerikanen die de tabletten mocht inzien. Hij publiceerde in The Biblical Archaeologist dat er "geen enkele bevestiging" was voor de specifieke Bijbelse claims.
- Geleerde consensus: Men kwam tot de conclusie dat Pettinato de tekens had "geforceerd" om op Bijbelse namen te lijken. Waar Pettinato Is-ra-il las als de naam van een volk of aartsvader, bewees Archi dat het in de tabletten bijna altijd om individuele personen ging (vaak lage ambtenaren) die toevallig die veelvoorkomende naam droegen.
3. De "val" van Pettinato
De discussie werd zelfs grimmig. Pettinato werd uiteindelijk door de Syrische overheid en de Universiteit van Rome van het project gehaald en vervangen door Archi.
- Kritiek op Pettinato: Onderzoekers verweten hem dat hij zijn eigen religieuze achtergrond en de druk van de media liet prevaleren boven de nuchtere tekst.
- Steun voor Archi: Archi's methodiek om woordenlijsten (lexicale lijsten) te gebruiken om de taal te begrijpen, werd de wereldwijde standaard.
4. Waarom voelt het voor ons dan toch uniek?
De reden dat wij "Israël" als uniek ervaren, is omdat het de enige naam uit die tijd is die via de Bijbel de moderne tijd heeft overleefd.
- In 2400 v.Chr. waren er echter honderden namen die op elkaar leken.
- Archi vond bijvoorbeeld ook namen als Ish-ma-il (Ismael) en Da-u-dum (David). Voor hem waren dit geen "profeten", maar de "Jan, Piet en Klaas" van het oude Syrië.
Conclusie: De meeste onderzoekers zagen de theorie van Archi als de redding van de archeologie. Zonder zijn nuchtere blik zou Ebla voor altijd een "pseudo-wetenschappelijk" label hebben gehouden. In plaats daarvan wordt het nu erkend als de belangrijkste bron voor de vroege Syrische geschiedeni
3. De "Abraham"-mythe doorgeprikt
Pettinato claimde de naam Ab-ra-mu (Abraham) te hebben gevonden.
- Archi's correctie: Hij liet zien dat deze naam in Ebla inderdaad voorkwam, maar dat het een veelvoorkomende naam was onder de lokale bevolking in Syrië.
- Volgens Archi was er geen enkele aanwijzing dat dit de Bijbelse figuur was. Het was simpelweg een naam die populair was in die taalperiode, vergelijkbaar met hoe veel mensen vandaag de dag "Adam" heten zonder de eerste mens te zijn.
Wat vond hij dan wél?
Archi vond bewijs voor een zeer ontwikkelde, niet-Bijbelse religie. De mensen in Ebla aanbaden goden als Dagan, Ishtar en Rashap.
Zijn werk verschoof de focus:
- Van: "Ebla is de achtergrond van de Bijbel."
- Naar: "Ebla is een unieke, zelfstandige beschaving die laat zien hoe de wereld eruitzag voordat de geschiedenis van Israël en Palestina überhaupt begon."
Conclusie van Archi: De tabletten zijn historisch spectaculair, maar wie er informatie in zoekt over het oude Israël of de vorming van Palestina, zoekt in de verkeerde archiefkast.