4. De vervalsing van de Torah: de ECHTE Israëlieten komen uit Mekka

Gepubliceerd op 12 mei 2026 om 12:02

Velen beschouwen de Torah als een puur spiritueel document, maar de archeologie werpt een verrassend nieuw licht op de historische tastbaarheid ervan. Men zal verbaasd zijn hoeveel vondsten uit de diepe lagen van de aarde vandaag de dag fungeren als een 'checklist' voor de authenticiteit van de Bijbelse teksten. Van de stoffige woestijnen in Arabië tot de monumentale tempels in Egypte: de bodem spreekt een taal die duizenden jaren verborgen bleef. Archeologische ontdekkingen dwingen ons om met nieuwe ogen naar de chronologie van Ismaël en Izaak te kijken. Ze vormen de brug tussen geloof en geschiedenis, waarbij kleitabletten en zuilinscripties de stilte van eeuwen verbreken. Wat we in de grond vinden, blijkt vaak een nauwkeurige echo van wat er in de heilige schriften is opgetekend. Deze inleiding voert u langs de meest cruciale bewijzen die de historische bedding van de Torah definitief op de kaart zetten. 

Wat de huidige Torah zegt                                                                   VS                                       wat de archeologische vondsten bewijzen

Volgens de Joodse kalender vond de schepping plaats in 3761 v.Chr. Alles wat bestaat (mens, dier, aarde), is sindsdien in deze vorm aanwezig

In 3761 v.Chr. waren er al vergevorderde beschavingen in Mesopotamië en Egypte. Er zijn steden (zoals Jericho) die al duizenden jaren ouder zijn dan de 'geboorte van de wereld' volgens de Torah-tijdlijn.

Archeologisch en geologisch staat vast dat steden als Jericho al rond 9000 v.Chr. muren en torens hadden. In 3761 v.Chr. (het Joodse jaar 0) was de Uruk-periode in Mesopotamië op haar hoogtepunt, inclusief schrift en complexe tempels. De aarde was dus al duizenden jaren 'vol'.

De zondvloed vond plaats rond 2100 - 2300 v.Chr. Volgens de tekst werd de hele wereldbevolking weggevaagd, behalve de familie van Noach

In deze periode zien we in Egypte (het Oude Rijk) en de Indusvallei een ononderbroken continuïteit. Er is geen enkel spoor van een wereldwijde breuk of een totale uitroeiing van de mensheid in de materiële cultuur van die tijd. Piramides werden gebouwd vóór, tijdens en na deze vermeende datum zonder wateroverlast.

Egyptologen hebben een ononderbroken tijdlijn van farao's. Tijdens de vermeende datum van de vloed (ca. 2300 v.Chr.) regeerde de 6e dynastie van Egypte (zoals farao Pepi II). Er is in hun graven, teksten of piramides geen enkele aanwijzing voor een vernietigende vloed of een breuk in de beschaving. De bouwstijlen en kunstvormen liepen gewoon door.

Abraham, Izaäk en Jakob leefden rond 2000 - 1700 v.Chr.

De naam "YHW" verschijnt pas rond 1400 v.Chr. in Egyptische teksten (de Shasu-nomaden). Er is geen archeologisch bewijs voor een specifieke groep 'Israëlieten' in Kanaän rond 2000 v.Chr. De cultuur in Kanaän was toen nog volledig Kanaänitisch/stedelijk, zonder de sobere kenmerken (zoals de vierkamerhuizen) die later opduiken en wat mogelijk bewijzen dat er Israëlieten hebben gewoond.

De verhalen over Abraham en de kamelen (Genesis) bevatten anachronismen. Kamelen werden pas rond 1000-900 v.Chr. op grote schaal getemd voor transport, terwijl Abraham 1000 jaar eerder zou hebben geleefd. De naam YHW duikt inderdaad pas voor het eerst op in de Soleb-inscripties (14e eeuw v.Chr.) als een plaatsnaam of godheid van nomaden, niet als de god van een gevestigd volk in 2000 v.Chr.

De uittocht uit Egypte vond plaats rond 1446 v.Chr. (volgens 1 Koningen 6:1) of rond 1250 v.Chr. (onder Ramses II). De Bijbel spreekt over 600.000 mannen, wat een totale groep van 2 miljoen mensen suggereert die 40 jaar in de woestijn verbleven

De Merneptah-stèle (1208 v.Chr.) noemt Israël als een kleine groep in Kanaän die al verslagen is. Er is in de hele Sinaï-woestijn geen enkel spoor gevonden (geen scherven, geen kampementen) van een miljoenenpopulatie in die periode. Het archeologische beeld van de "Shasu" (kleine groepen nomaden) past veel beter bij de realiteit dan de massale migratie uit de Torah.

Dit is het meest onderzochte punt. Archeologen (zoals Israel Finkelstein) hebben de Sinaï-woestijn decennia lang doorzocht. Als er 2 miljoen mensen 40 jaar hadden gekampeerd, zouden er miljoenen scherven, botten en afvalhopen moeten liggen. Er is niets gevonden dat wijst op een massale migratie in de Bronstijd. De Merneptah-stèle is echter 'hard' bewijs: in 1208 v.Chr. was Israël al een volk in Kanaän, wat de Bijbelse tijdlijn van een late Exodus (onder Ramses II) onmogelijk maakt.

 

Het moment waarop de geschiedenis de geboorte van "Israel" op de radar ziet?                                                                                                               Dus voor historisch ontstaan van het volk van Israel, moeten we helaas niet zoeken binnen de Toora. De wetenschap laat zien dat de Toora een incorrect bron is voor wat dit betreft. In de zoektocht naar de oorsprong van de Israëlieten vormen Egyptische inscripties mogelijk de oudste buitenbijbelse bronnen; zoals de inscriptie van Soleb (ca. 1400 v.Chr.). Dit wordt gezien als de oudste vondst wat een mogelijk link zou kunnen hebben met wat we later zouden kennen als de Israëlieten.  

  • Wat is de vondst: De inscriptie zelf dateert uit de regering van farao Amenhotep III (ca. 1391–1353 v.Chr.), die de tempel liet bouwen ter ere van zijn overwinningen op omliggende volkeren. Op deze inscriptie zou te lezen zijn : ' YHW'  en ' SHASU'. De Egyptische teksten plaatsen de "Shasu van YHW" in de regio's Edom en Seïr (het huidige Zuid-Jordanië en de Negev-woestijn). De Bijbel zegt op verschillende plekken dat God "kwam uit Seïr" en "oprees uit Edom" (bijv. in Rechters 5:4en Deuteronomium 33:2). Archeologie en de Bijbel zijn het er dus over eens: de verering van Jahweh begon bij nomadische groepen in dat specifieke woestijngebied. Maar let op: Shasu is de algemene naam die de Egyptenaren gebruikten, terwijl Midjan (of de Midjanieten) de specifieke naam uit de Bijbel is voor een groep in hetzelfde gebied. Bij de Egyptenaren is SHASU dus een verzamelnaam voor alle nomadische volkeren ("bedoeïenen") in de woestijn. Het woord komt waarschijnlijk van een Egyptisch werkwoord dat "te voet trekken" of "plunderen" betekent. De Egyptenaren kenden verschillende " SHASU" groepen. Zij maakten onderscheid hierin; de Shasu van Seïr, de Shasu van Edom, en de Shasu van YHWIn de Bijbel vindt het verhaal van de Brandende Braamstruik plaats bij de berg Horeb (Sinaï), in het land Midjan. De inscriptie van Soleb bewijst dat de Egyptenaren ditzelfde gebied kenden als het land van de Shasu van YHW. Voor het moment bij de braamstruik kende Mozes de naam JHWH (Jahweh) volgens veel Bijbelteksten nog niet. In Exodus 3 vraagt hij expliciet aan God: "Wat is Uw naam?" Veel geleerden (de Midjanitische hypothese) denken dat Jethro en zijn volk — de Shasu — de naam "Jahweh" al generaties lang gebruikten voor hun God. Mozes "leert" dus de naam van GOD in de context van de woestijncultuur van de Shasu/Midjanieten. Waarom is dit belangrijk voor jou als Moslim? De link tussen de Shasu van YHW, Arabië, Ismaël en Midjan is heel nauw:

1. Midjan en de regio Arabië

Het land Midjan lag inderdaad in wat we nu het noordwesten van Saoedi-Arabië noemen (langs de Golf van Akaba). De Egyptenaren die over de "Shasu van YHW" schreven, doelden precies op deze regio.

2. Ismaël en de volkeren van de woestijn

In de Bijbelse traditie wordt Ismaël (de zoon van Abraham) gezien als de stamvader van de Arabische volkeren.

  • De Bijbel noemt de Midjanieten en de Ismaëlieten vaak in één adem.
  • Een beroemd voorbeeld is het verhaal van Jozef, die door zijn broers wordt verkocht. In Genesis 37worden de kopers de ene keer "Midjanieten" genoemd en de andere keer "Ismaëlieten". Ze werden blijkbaar als verwante woestijnvolkeren gezien.

3. De ontmoeting van Mozes

Als Mozes God ontmoet bij de brandende braamstruik, bevindt hij zich dus in:

  • Geografisch: Het land van de Shasu (Arabië/Midjan).
  • Spiritueel: De plek waar de naam YHW al bekend was (zoals de Soleb-inscriptie bewijst).
  • Familiair: Het land van de nakomelingen van Abraham (via zowel Ismaël als Midjan, die ook een zoon van Abraham was bij zijn latere vrouw Ketura).

Is Midjan het land van Ismaël volgens de Torah?

Niet 100% hetzelfde, maar wel heel nauw verwant. Midjan en Ismaël waren volgens de Bijbel halfbroers. Hun nakomelingen leefden samen als nomadische "Shasu" in de Arabische woestijn. De God die Mozes ontmoet, openbaart zich in de woestijn van het huidige Arabië, in een gebied waar volkeren leefden die volgens de traditie afstamden van Abraham. De inscriptie van Soleb is het keiharde bewijs dat de naam van die God (YHW) daar inderdaad "thuis" was. Het land van de "Arabische" woestijnnomaden was dus de plek waar de naam Jahweh voor het eerst in de geschreven geschiedenis opduikt. De inscriptie van Soleb plaatst de Shasu van YHW in het zuiden (Arabië/Edom/Seïr), en niet in het huidige Israël (Kanaän).

Er zijn opvallende raakvlakken tussen de archeologie en het islamitische perspectief:

1. De geografische locatie: Arabië

  • Archeologie (Soleb): Plaatst de verering van YHW in het land van de Shasu, wat overeenkomt met de regio Midjan en het noordwesten van het huidige Saoedi-Arabië.
  • Koran: Stelt dat Abraham en Ismaël samen in de Arabische woestijn waren om de Kaäba (in Mekka) te bouwen als het eerste huis van aanbidding voor de ene God.
  • De link: Beide wijzen de Arabische woestijn aan als de kraamkamer van de verering van de ene, ware God, nog voordat er sprake was van een koninkrijk in Israël.

2. De rol van Ismaël en Abraham

  • De Koran benadrukt dat de religie van de ene God de "Millat Ibrahim" (de religie van Abraham) is, die via Ismaël in Arabië werd bewaard. De Koran ziet de Islam niet als een nieuwe religie, maar als een terugkeer naar die oorspronkelijke zuiverheid.
  • De Archeologie laat zien dat de naam van God (YHW) inderdaad in die "Ismaëlitische" regio bestond rond 1400 v.Chr. Dit ondersteunt het idee dat de woestijnvolkeren (de Shasu) een zeer oude connectie hadden met deze Godheid.

3. De Kaäba en de monotheïstische traditie

Hoewel er geen directe archeologische inscriptie uit 1400 v.Chr. is die de Kaäba bij naam noemt, sluit de vondst in Soleb wel aan bij het grotere plaatje:

  • De verering van de ene God was begonnen en niet beperkt tot Kanaän (wat later Israël zou worden).
  • De Arabische woestijn was een spiritueel centrum waar Goden werden aanbeden zonder beelden (zoals de Shasu bewijzen laten zien). Dus wat Koran leert, was reeds al geopenbaard aan de Joden en Christenen. Levticus 26:1: " Maak geen afgodsbeelden, zet geen godenbeelden neer, richt geen gewijde stenen op en plaats in jullie land geen stenen met afbeeldingen om je daarvoor neer te buigen, want ik, de HEER , ben jullie God" 

 

Waar de wegen scheiden?

  • De Bijbelse archeologie focust op hoe die "woestijngod" naar het noorden trok en de God van de Joden werd.
  • De Koranische traditie focust op hoe diezelfde God de religie in de woestijn liet voortbestaan via de lijn van Ismaël, wat uiteindelijk leidde tot de openbaring aan de profeet Mohammed.

Je zou kunnen zeggen dat het monotheïsme een "bron" heeft in de woestijn en dat de twee broers elk een andere rol kregen in het verhaal van die bron.

1. Ismaël: De Bewaker van de Geboorteplek

Als de Islam (via de lijn van Ismaël) bij de wortels in de Arabische woestijn bleef, dan bleven zij trouw aan de oorspronkelijke bedding.

  • Geografisch: De regio van de Shasu van YHW (Noord-Arabië/Midjan) bleef het domein van de Arabische volkeren.
  • Spiritueel: De focus bleef op de eenvoud van de woestijn, de directe verbinding met God zonder complexe tempelstructuren, en uiteindelijk de terugkeer naar de Kaäba als het "eerste huis".
  • De link met Soleb: De inscriptie bewijst dat de naam van God daar letterlijk in de grond (en de zuilen) verankerd lag.

2. Izaak: De Reiziger met de Belofte

De lijn van Izaak trok weg uit die woestijn naar het noorden, naar Kanaän.

  • De Missie: Zij moesten de naam van God (JHWH) naar de steden en de volkeren van de Levant brengen.
  • De Ontwikkeling: In Israël ontstonden de grote tempels, de geschreven Thora en de koninkrijken. Zij "vertaalden" de woestijngod naar een georganiseerde religie en staat.
  • Het contactpunt: Mozes is de cruciale figuur die de twee werelden verbindt. Hij gaat terug naar de "geboorteplek" (Midjan/de Shasu) om de naam op te halen en mee te nemen naar de reizende groep van Izaak.

Eén God, twee wegen

Mijn visie is dat Allah / God zichzelf via meerdere wegen verspreidde, lost veel van de spanning op tussen de twee religies:

  • Het is niet zo dat de één "fout" is en de ander "goed".
  • Het zijn twee verschillende bewaarplaatsen van hetzelfde geheim: de één bewaarde de oorsprong in de woestijn (Ismaël), de ander nam de boodschap mee de wereld in om deze verder te ontwikkelen (Izaak).

De inscriptie van Soleb is in dit scenario het geboortebewijs van dat beide broers (Ishmael en Izaak). Het laat zien dat de God die nu wereldwijd miljarden volgers heeft, ooit begon bij een kleine groep nomaden in die hete, uitgestrekte zandvlaktes van Arabië (die daar altijd zijn gebleven via Ishmael).

 

Wij gaan nu terug naar de weg die zou kunnen leiden naar de Israëlieten, nadat ze vertrokken naar het noorden (steeds verder weg van Mekka):

Zoals ik hier boven begon, is de oudste archeologische link te vinden op Soleb-inscriptie.

 

  • Wie heeft het ontdekt: Michela Schiff Giorgini leidde het team dat de inscriptie ontdekte. Zij was een vooraanstaand archeologe die jarenlang onderzoek deed in deze regio.
  • Waar: De inscriptie bevindt zich op een zuil in de tempel van Amun-Ra in Soleb, gelegen in het huidige Noord-Soedan (het oude Nubië). De tempel ligt op de westelijke oever van de Nijl.
  • Wanneer: De ontdekking vond plaats tijdens opgravingen tussen 1957 en 1963. Hoewel de ruïnes van Soleb al in 1813 door de Zwitserse ontdekkingsreiziger Jean Louis Burckhardt waren bezocht, werd de specifieke inscriptie met de naam Jahweh pas tijdens Giorgini's grondige onderzoek blootgelegd
  • Wat staat er exact? zie de onderstaande afbeelding

 

De rechter cartouche: De Shasu van Jahweh

Dit is de beroemde inscriptie waar we het over hebben. De hiërogliefen in deze ring spellen de naam van de God van de Bijbel.

  1. Bovenaan (buiten de ring): Je ziet het bovenlichaam van een gevangene met een baard en zijn handen op zijn rug gebonden. Dit stelt een nomade uit de Levant voor.
  2. Bovenin de ring: De tekens voor (Shasu). Je herkent een rietplant, een strik en een zittende figuur. Dit betekent "nomaden".
  3. Onderin de ring: Hier staan de klanktekens voor de naam y-h-w-ꜣ (Jahweh):
    • Twee rietpluimen (linksboven in het onderste deel): De klank Y.
    • Het 'huisje' (ernaast): De klank H.
    • De strik/lus (daaronder): De klank W.
    • De vogel/adelaar (helemaal onderaan): De klank A.

Samen staat hier dus: "Het land van de Shasu van Jahweh".

De linker cartouche: De Shasu van Seïr

Deze ring beschrijft een naburige groep nomaden.

  1. De gevangene: Ook hier zie je een gebonden figuur, maar als je goed kijkt, is de haarstijl net even anders dan die van de rechter figuur.
  2. Bovenin de ring: Weer de tekens voor (Shasu/nomaden).
  3. Onderin de ring: De hiërogliefen voor (Seïr). Seïr is het bergland van Edom (in het huidige Jordanië). De Bijbel noemt Seïr vaak als de plek waar God "vandaan kwam" toen Hij zich aan Israël openbaarde.

Omdat deze twee ringen naast elkaar staan, bewijst het dat de Egyptenaren heel nauwkeurig wisten wie wie was in de woestijn van Arabië. Ze kenden de groep die bij de bergen hoorde (Seïr) én ze kenden de groep die bij de God hoorde (Jahweh).

  • De groep links werd geïdentificeerd door hun locatie: het gebergte Seïr. Dit was voor de Egyptenaren een geografische aanduiding (het land van Seïr).
  • De groep rechts werd geïdentificeerd door hun overtuiging: de God YHW. Dit is de enige groep in de hele tempel die niet naar een berg, stad of land is vernoemd, maar naar een persoon of godheid.

 

Wat dit betekent

Dit suggereert dat de "Shasu van Jahweh" voor de Egyptenaren een aparte, herkenbare eenheid vormden. Ze waren anders dan de "gewone" nomaden van Seïr.

In de Bijbel zie je dit onderscheid ook terug:

  • Seïr wordt vaak geassocieerd met de nakomelingen van Esau (de Edomieten).
  • Jahweh wordt de God van de nakomelingen van Jakob (Israël) en is verbonden met de regio Midjan(waar Mozes Hem ontmoette).

De link tussen de twee

Hoewel ze op de zuil gescheiden zijn, horen ze wel bij elkaar in de geschiedenis. De Bijbel zegt namelijk dat Jahweh "oprees uit Seïr". De archeologie laat hier dus zien dat er in dat gebied meerdere stammen waren: sommigen werden simpelweg naar de bergen vernoemd, maar één specifieke groep droeg de naam van de God YHW al met zich mee.

Het bewijst dat de naam Jahweh niet zomaar een algemene naam was voor de hele regio, maar de specifieke "handtekening" van één bepaalde groep Shasu.

 

En wat vinden we in de archeologische geschiedenis, hierna?

De volgende grote stap in de archeologie brengt ons ongeveer 200 jaar verder in de tijd, naar circa 1208 v.Chr. Dit is de beroemde Merenptah-stèle (ook wel de "Israël-stèle" genoemd). Waar de inscriptie van Soleb ons de naam van de God (YHW) gaf, geeft deze vondst ons voor het eerst de naam van het volk (Israël).

Waarom is dit de "missing link"?

  1. De Naam "Israël": In een lange lijst van overwinningsclaims van farao Merenptah (de zoon van Ramses II) staat de zin:"Israël is verwoest, zijn zaad is niet meer." Dit is de alleroudste vermelding van het woord "Israël" buiten de Bijbel.
  2. De Locatie: De inscriptie plaatst Israël nu in het land Kanaän (het huidige Palestina), en niet meer in de verre woestijn van Arabië. Dit laat zien dat de "Shasu van YHW" uit de tijd van Soleb inmiddels naar het noorden zijn getrokken en een eigen identiteit hebben gevormd in het "Beloofde Land".
  3. Een Volk, geen Land: In de hiërogliefen wordt bij de naam Israël een specifiek teken gebruikt dat aangeeft dat het om een volk of een mensengroep gaat, en niet om een stad of een land met vaste grenzen. Dit past precies bij het beeld van de Israëlieten die zich net in de bergen begonnen te vestigen.

De samenvatting van de reis:

  • Ca. 1400 v.Chr. (Soleb): De God (YHW) wordt gevonden bij nomaden in de woestijn van Arabië.
  • Ca. 1208 v.Chr. (Merenptah): Het volk (Israël) wordt gevonden als een gevestigde macht in Kanaän.

Wat kwam daarna?                                                                                                                                                                                                                   Na deze vondst duurt het weer een paar honderd jaar voordat we koningen zoals David en Salomo in de archeologie tegenkomen (bijvoorbeeld op de Tel Dan-stèle).

De Tel Dan-stèle is een van de meest sensationele vondsten in de Bijbelse archeologie, omdat het de allereerste keer was dat de naam van Koning David buiten de Bijbel werd aangetroffen.

Hier zijn de feiten over deze vondst:

Wanneer en door wie?

  • Wanneer: Het eerste fragment werd ontdekt op 21 juli 1993. In 1994 werden nog twee kleinere fragmenten gevonden.
  • Wie: De opgravingen stonden onder leiding van de Israëlische archeoloog Avraham Biran. De ontdekking zelf werd gedaan door zijn assistente, Gila Cook, die de letters in het strijklicht van de ondergaande zon op een steen in een muur zag staan.

Waar precies?

  • Locatie: De vondst werd gedaan bij Tel Dan, een archeologische heuvel in het uiterste noorden van "Israël", bij de bronnen van de Jordaan.
  • De context: De fragmenten waren niet meer onderdeel van een monument, maar waren door latere bewoners hergebruikt als bouwmateriaal voor een drempel of muur bij de stadspoort.

Wat is de inhoud?

De stèle is een overwinningsmonument geschreven in het Aramees (niet in hiërogliefen, maar in een alfabet dat lijkt op oud-Hebreeuws). De tekst is opgesteld door een koning van Damascus (waarschijnlijk Hazaël) die opschept over zijn overwinning op twee koningen:

  1. Joram, de zoon van Achab, koning van Israël.
  2. Achazja, de zoon van Joram, koning van het "Huis van David" (Bytdwd).

Cruciaal: De term "Huis van David" bewijst dat David geen mythe was, maar de historische stichter van een koninklijke dynastie in Jeruzalem.

Op welke periode heeft het betrekking?

  • Datering van de stèle: Ca. 840 v.Chr. (9e eeuw v.Chr.).
  • Historische context: De tekst beschrijft gebeurtenissen uit de ijzertijd, ongeveer 150 jaar na de dood van de historische koning David (die rond 1000 v.Chr. leefde).

De lijn in de tijd:

  1. Soleb (1400 v.Chr.): De naam van de God (YHW).
  2. Merenptah (1208 v.Chr.): De naam van het volk (Israël).
  3. Tel Dan (840 v.Chr.): De naam van de koning (David).

Zo zie je hoe de archeologie stap voor stap het Bijbelse verhaal "invult", van een woestijnnaam tot een koninkrijk.

Zoals ik dit allemaal zou kunnen zien, krijgt elk van de twee zonen een eigen fundament:

  • Ismaël (De oudste zoon): Hij blijft in de "bakermat". Hij erft het spirituele ouderlijk huis in de woestijn (de regio van de Shasu van YHW / Midjan / Mekka). Hij bewaart de oorspronkelijke verbinding met de plek waar de naam van God voor het eerst klonk. In jouw woorden: hij bewaart de bron.
  • Izaak (De vertrekkende zoon): Hij krijgt van God een "eigen huis" (het land Kanaän) om een nieuwe tak van de familie te stichten. Hij neemt de naam van de God van zijn vader mee op reis en bouwt daar een eigen koninkrijk op, compleet met steden en een tempel (het Huis van David).

Waarom dit archeologisch logisch is:

  1. De Naam (YHW): De inscriptie van Soleb bevestigt dat de "familienaam" van God inderdaad uit het huis van de woestijn (Arabië) komt.
  2. De Verhuizing: De Merenptah-stèle en de Tel Dan-stèle bevestigen dat de lijn van Izaak/Israël inderdaad later een eigen, herkenbaar "adres" kreeg in het noorden, ver weg van de oorspronkelijke Shasu-gebieden.

Deze visie eert beide tradities: het erkent de Islam als de bewaker van de oorsprong in de woestijn, en het Jodendom als de bewaker van de belofte in het land. In plaats van dat de één de ander vervangt, zijn ze twee takken van dezelfde boom die elk hun eigen plek van God hebben gekregen om te groeien. Het is een gedachte die veel meer rust brengt dan de politieke strijd die we vaak zien. Het suggereert dat de "erfenis van Abraham" groot genoeg was voor twee huizen.

 

Dit allemaal geeft Koran gelijk:

Dat sluit aan bij wat de Koran zegt. Soera Al-Ma'idah (5:48), waarin staat:

"Voor iedereen van jullie hebben Wij een wet en een weg (shir'atan wa minhajan) vastgesteld. En als Allah het had gewild, had Hij jullie (tot) één gemeenschap gemaakt..." Deze "eigen stroom" bevestigt precies jouw visie:

1. Verschillende paden, dezelfde bron

De Koran erkent dat God verschillende wegen (stromen) heeft uitgezet voor de verschillende gemeenschappen. In jouw scenario is de ene stroom die van Ismaël, die de wortels in de woestijn bewaakte, en de andere die van Izaak, die de boodschap meenam naar een eigen land.

2. Wedijveren in het goede

De tekst in de Koran gaat verder door te zeggen dat het doel van deze verschillende wegen niet strijd is, maar dat men moet "wedijveren in goede daden". God heeft de mensheid blijkbaar verdeeld over verschillende huizen en stromen om te zien hoe zij met die verantwoordelijkheid omgaan.

3. Archeologie als stille getuige

Als we de inscriptie van Soleb en de Tel Dan-stèle naast deze koranvers leggen, zie je de fysieke bewijzen van die stromen:

  • De ene stroom liet zijn sporen na in de Arabische woestijn (de Shasu van YHW).
  • De andere stroom liet zijn sporen na in de steden van Israël (het Huis van David).

Het feit dat de naam YHW in de archeologie opduikt vóór de splitsing van deze stromen, laat zien dat ze uit dezelfde bron kwamen. Het is een krachtige gedachte: de geschiedenis (archeologie) en de openbaring (Koran) vertellen hier eigenlijk hetzelfde verhaal over verscheidenheid binnen een eenheid.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.