2. De vervalsing van de Torah is de redding van de Joden?
Deze archeologische bevindingen wijzen erop dat het vroege Jodendom in essentie een beweging was die eenvoud en gelijkheid verkoos boven materiële macht, waarschijnlijk als strategie om spiritueel en fysiek te overleven. Deze oorspronkelijke soberheid staat echter in schril contrast met de latere focus op rijkdom en de christelijke afschaffing van spijswetten (onder invloed van Paulus om de drempel voor bekering te verlagen). Opmerkelijk genoeg sluit de archeologische werkelijkheid van soberheid wel aan bij de kritiek van Joodse profeten, die de latere zucht naar luxe en paleizen veroordeelden als moreel verval en verraad aan hun oorsprong. Lees deze Bijvel verzen:
- Amos 3:15: "Ik zal het winterhuis verbrijzelen, samen met het zomerhuis; de ivoren paleizen zullen ten onder gaan en aan de grote huizen komt een einde – spreekt de Heer." Amos is misschien wel de meest vocale criticus van de elite die in luxe baadde terwijl het volk leed. Hij veroordeelt de paleizen direct.
- Amos 6:4: "Jullie liggen op ivoren bedden en hangen lui op jullie banken; jullie eten de beste lammeren van de kudde... maar over de ondergang van het volk maken jullie je niet druk."
- Jesaja 2:7-8: "Hun land ligt vol zilver en goud, er is geen einde aan hun schatten; hun land ligt vol paarden, er is geen einde aan hun strijdwagens. Hun land ligt vol afgoden..." Jesaja waarschuwt dat de accumulatie van rijkdom en militaire macht de afhankelijkheid van God vervangt. Hier stelt Jesaja rijkdom en militaire macht (paarden/wagens) direct gelijk aan afgoderij. Het bouwen van een machtig koninkrijk was voor hem een vorm van ontrouw aan God.
- Jeremia 22:13-15: "Wee hem die zijn paleis bouwt op onrechtvaardigheid... die zegt: 'Ik bouw voor mijzelf een reusachtig paleis met luchtige bovenvertrekken', die er vensters in aanbrengt, het lambriseert met cederhout en schildert met vermiljoen. Ben je soms koning om uit te blinken in cederhout?" De profeet Jeremia richt zijn pijlen rechtstreeks op koning Jojakim, die zijn eigen volk uitbuitte om een prachtig paleis te bouwen. Jeremia herinnert de koning eraan dat zijn vader (Josia) rechtvaardig was zonder die enorme paleizen.Wie was Jojakim? De koning van Juda (ca. 609–598 v.Chr.). Ook hij was een directe nakomeling van David en regeerde over Juda in de jaren vlak voor de Babylonische ballingschap. Hij was een vazal van wereldmachten (Egypte en later Babylon) en stond bekend om zijn liefde voor luxe, het bouwen van paleizen met onbetaalde arbeid en zijn harde optreden tegen critici. Toen Jeremia zijn waarschuwingen op een boekrol liet opschrijven, pakte Jojakim een mes, sneed de rol in stukken en verbrandde deze in een kolenvuur om de profeet het zwijgen op te leggen.
- Micha 3:10: "Jullie bouwen Sion op met bloed en Jeruzalem met onrecht." Micha zag de steden (Jeruzalem en Samaria) als bronnen van kwaad. En wie weet, is dit ook waarom we dit lezen in deze volgende Koran vers (Allah weet het natuurlijk het beste): Soera Al-Isra, vers 7.
Wie was Micha? Micha kwam uit Moreset, een klein landbouwdorpje in de heuvels van Juda. Hij kende het leven op de grond, ver weg van de gouden paleizen in Jeruzalem. Zijn doelwit: Zijn kritiek was extra fel omdat hij met eigen ogen zag hoe de rijke elite uit de stad het land van de kleine boeren afpakte. In Micha 2:2 zegt hij: "Begeren zij akkers, dan roven zij die; huizen, dan nemen zij die af.". Dit bevestigt het punt dat de oorspronkelijke, egalitaire levenswijze (van de vierkamerhuizen) werd bedreigd door een nieuwe klasse die zich gedroeg als de keizerlijke machten. Zijn taal: Micha gebruikt veel plattere, rauwere taal dan de intellectuele Jesaja. Hij beschrijft de uitbuiting van de arme boeren door de machthebbers zelfs als kannibalisme: ze "stropen de huid van de mensen af" en "breken hun beenderen"(Micha 3:2-3). Contrast met de stad: Voor Micha was de stad (Jeruzalem en Samaria) de bron van alle kwaad en afgoderij [4]. Hij zag de stedelijke machtscentra als de plekken waar de "theologische gedaanteverwisseling" en de morele corruptie het hardst toesloegen om mee te kunnen doen met de grote rijken
Wie was Jesaja? Jesaja was een aristocraat uit Jeruzalem. Hij was een "insider" die zich bewoog in de gangen van het paleis. Hij sprak de taal van de macht, de diplomatie en de religieuze elite. Waar Micha van buiten naar binnen keek, keek Jesaja van binnenuit naar de rot in het hart van de macht. Zijn doelwit: Zijn kritiek richtte zich op de politieke arrogantie en de schijnheiligheid van de elite. Hij zag hoe de leiders dachten dat ze God konden "afkopen" met dure offers in de tempel, terwijl hun handen vol bloed zaten. In Jesaja 1:11-17 haalt hij hard uit: "Wat heb ik aan al die offers van jullie? ... Ik moet jullie plechtige samenkomsten niet." Hij eiste dat ze stopten met het politieke spel en weer rechtvaardig werden voor de weduwe en de wees. Zijn taal: Waar Micha rauw en aards was, is Jesaja poëtisch, groots en intellectueel. Hij gebruikt beelden van kosmische majesteit, maar ook van scherpe ironie. Hij bespot de dames van de elite in Jeruzalem die pronken met hun enkelringen en parfums (Jesaja 3:16-24), en voorspelt dat hun luxe zal veranderen in stank en kaalheid. Hij noemt de rijkdom van het land een vorm van afgoderij omdat het de afhankelijkheid van God vervangt door vertrouwen in zilver, goud en strijdwagens (Jesaja 2:7). Contrast met de wereldmachten: Voor Jesaja was de grootste zonde de hoogmoed. Hij zag hoe de leiders van Juda probeerden te overleven door allianties te sluiten met Egypte of Assyrië (jouw 'overlevingshermeneutiek'). Hij noemde dit een "verbond met de dood" (Jesaja 28:15). Volgens hem was de enige weg naar overleving niet het kopiëren van de wereldrijken, maar het terugkeren naar de rust en het vertrouwen in de oorspronkelijke God.
Kortom: Waar Micha de uitbuiting op de grond beschreef, beschreef Jesaja de geestelijke hoogmoed aan de top. Beiden zagen echter dat de bouw van een 'machtig Israël' volgens de normen van de heidense rijken de doodsteek was voor de authentieke religie.
Voor ons, de Moslims, wat interessant is om te weten over Jesaja is dat hij mogelijk de bron is waar Koran naar verwijst in deze vers https://quran.com/7?startingVerse=157 . Jesaja heeft een vers (in de Dode zee scrollen) dateert van ongeveer 125 v.Chr. – dit is meer dan 700 jaar vóór de profeet Mohammed en zelfs vóór Jezus. In de rollen wordt in Jesaja 42:10 gesproken over een Shir Chadash (een nieuw lied). Tekstueel betekent een "nieuw lied" in de profetische taal bijna altijd een nieuwe openbaring of een nieuw verbond. Het feit dat dit lied gezongen wordt in de woestijn en de steden van Kedar, geeft de theorie dat dit naar de Koran verwijst (als de laatste, nieuwe openbaring in die regio). In Jesaja 42:11 wordt gesproken over de locatie van deze nieuwe " lied " = openbaring, namelijk Kedar en Sela. Joodse en christelijke geleerden denken vaak aan de stad Petra (wat in het Grieks 'rots' betekent) of een algemene aanduiding voor rotsbewoners. Maar dit doen ze alleen maar om de aandacht te trekken van de andere stad; Kedar! Want ook zij hebben een probleem en geven toe dat Kedar op verschillende manieren gelinkt is met Moslims.
1. Taalkundig: Wat betekent 'Kedar'?
In het Hebreeuws is de naam Qedar (קדר) afgeleid van de wortel Q-D-R.
- Betekenis: De wortel betekent "donker zijn", "zwart worden" of "verbrand zijn".
- Link met Arabië: Dit verwijst taalkundig naar twee dingen:
- De donkere tenten van de nomaden (gemaakt van zwart geitenhaar), zoals beschreven in Hooglied 1:5: "Donker ben ik... als de tenten van Kedar."
- De door de zon verbrande huid van de bewoners van de woestijn.
- In het Arabisch heeft de wortel Q-D-R ook te maken met "macht" of "bestemming" (Qadar), wat een interessante theologische resonantie heeft.
2. Geografisch: Waar lag Kedar?
In de oudheid was Kedar de naam van een machtige federatie van Arabische stammen.
- Locatie: Ze bewoonden de Noord-Arabische woestijn en de Hidjaz (het gebied waar nu Mekka en Medina liggen).
- Archeologie: Assyrische inscripties uit de tijd van Jesaja noemen de "Qidri" of "Kedarieten" als de dominante macht in de woestijn. Zij controleerden de handelsroutes tussen het zuiden van Arabië en het Midden-Oosten.
- Link met de profetie: Als Jesaja spreekt over de "dorpen van Kedar" (Jesaja 42:11) en de "vorsten van Kedar" (Jesaja 60:7), wijst hij dus geografisch direct naar de bewoners van het Arabisch Schiereiland.
3. Theologisch: De verbinding met de Islam
De theologische lijn is het meest cruciaal voor jouw onderzoek naar de "authentieke religie":
- De afstamming (Banu Isma'il): Volgens zowel de Bijbel (Genesis 25:13) als de islamitische traditie was Kedar de tweede zoon van Ismaël.
- De Profeet Mohammed: De islamitische genealogie voert de afstamming van de Profeet Mohammed direct terug op Kedar. Hij is dus letterlijk een "zoon van Kedar".
- De 'erfenis' van Ismaël: Jouw theorie over de 'overlevingshermeneutiek' stelt dat de oorspronkelijke weg van God (via Abraham en Ismaël) naar de achtergrond verdween door de macht van de omliggende rijken. De profetieën in Jesaja over Kedar worden door moslimgeleerden gezien als de aankondiging dat de spirituele leiding uiteindelijk weer terug zou keren naar de lijn van Ismaël (de Arabieren/Kedar), weg van de gecorrumpeerde stedelijke machtscentra in Juda.
Neem hierbij (aankondiging van Islam in Joodse en Christelijke heilige boeken) ook:
In de boeken van Mozes (Deuteronomium 18:18); dit wordt vaak gezien als de belangrijkste profetie in de Torah: "Een Profeet zal Ik voor hen verwekken uit het midden van hun broeders, zoals u (Mozes); en Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen..." Wie zijn de "broeders" van de Israëlieten? Dat zijn de Ismaëlieten (de Arabieren), aangezien Izaäk en Ismaël broers waren.
In de boeken van Mozes (Deuteronomium 33:2): "De Heer is gekomen van de Sinaï, voor hen opgegaan uit Seïr, Hij is in glans verschenen vanaf het gebergte Paran..."
- De analyse:
- Sinaï wordt gekoppeld aan Mozes.
- Seïr wordt gekoppeld aan Jezus (het gebied rondom Judea/Galilea).
- Paran wordt in de Bijbel (Genesis 21:21) geïdentificeerd als de plek waar Ismaël woonde. Volgens de islamitische geografie is Paran het gebergte rondom Mekka. De "glans" die daar verschijnt, wordt gezien als de openbaring aan Mohammed.
In het Nieuwe Testament: Het Evangelie van Johannes; In de hoofdstukken 14, 15 en 16 spreekt Jezus over de komst van de Parakleet (Grieks: Parakletos): "En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster (Parakleet) geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid." (Johannes 14:16)
- De analyse: Moslimgeleerden suggereren dat het oorspronkelijke Griekse woord mogelijk Periklytos was, wat "de geprezene" betekent — de exacte vertaling van de naam Ahmad of Mohammed.
- Kenmerken: Jezus zegt dat deze Trooster "niet uit zichzelf zal spreken, maar alles wat hij hoort, zal hij spreken" (Johannes 16:13). Dit komt exact overeen met de aard van de Koran-openbaring: Mohammed die reciteert wat hij hoort van de engel Jibriel.
Hoe Jezus hier ook zegt dat hij tot de Vader (DE God) zal bidden dat er een nieuwe Trooster komt, profeet? Deze stijl komt overeen met dit Koran vers: https://quran.com/al-baqarah/129
en Johannes 16:13: "Wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen naar de volle waarheid. Want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar alles wat Hij hoort, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen." Deze stijl komt overeen met dit Koran vers: Soera An-Najm (53:3-4): "Noch spreekt hij uit eigen begeerte. Het is niets anders dan een Openbaring die aan hem wordt geopenbaard." Dit is de letterlijke vervulling van "niet uit zichzelf spreken". Over corruptie en aanpassing en verlaging gesproken? In de latere kerkelijke leer werd deze passage toegepast op de Heilige Geest als onderdeel van de Drie-eenheid, de Comma Johanneum (1 Johannes 5:7-8): " Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één" . Maar toen wetenschappers de oudste Griekse manuscripten en de Dode Zee-rollen (en andere vroege codices) onderzochten, ontdekten ze dat deze zin er simpelweg niet in stond. In de oudste teksten staat alleen dat de geest, het water en het bloed getuigen. Dus de moderne bijbelvertalingen (zoals de NBV of de HSV) hebben deze zin inmiddels verwijderd of in een voetnoot geplaatst, omdat de wetenschappelijke consensus is dat het geen origineel onderdeel van de Bijbel is.
Terug naar de Bijbelse verzen van Micha en Jesaja waar we gebleven waren hier boven, voor dit uitstapje naar Kedar en Sela:
Deze Joodse Bijbel en Koran verzen vertellen ons in helder taal over de corruptie bij de vroegere Joden. Het laat ons zien dat Joodse koningen van vroeger, zodra ze met grote wereldmachten te maken kregen, probeerden te overleven door die rijken simpelweg te kopiëren. Ze wilden net zo rijk en machtig worden als hun vijanden. En als je naar de wereld van nu kijkt, zie je dat de staat Israël eigenlijk precies hetzelfde doet. Ze bouwen een enorm militair bolwerk via keiharde macht en politieke deals en uitmoorden van de Palestijnen, waarbij de wetten van de Tora totaal niet meer het uitgangspunt zijn. Dat kunnen we zeggen omdat we Amos hebben. De profeet Amos is een van de krachtigste voorbeelden die hier tegen preekte. In de eerste twee hoofdstukken van zijn boek spreekt hij een serie oordelen uit over de buurvolken van Israël (zoals Syrië, de Filistijnen, Edom en de Ammonieten). Amos 2:1:"Omdat hij de beenderen van de koning van Edom tot kalk heeft verbrand." Hier veroordeelt Amos de totale ontmenselijking en het gebrek aan respect voor de doden, zelfs wanneer het een vijandige koning betreft. Dit vers (Amos 2:1) is het ultieme bewijs dat "onrecht onrecht is". Het laat zien dat de profeten geloofden in een morele standaard die boven politieke grenzen staat. Als een niet-Joodse koning al niet op die manier behandeld mag worden, hoe zit het dan met de tienduizenden onschuldige burgers in Gaza vandaag de dag? Amos 1:13:"Omdat zij de zwangere vrouwen van Gilead hebben opengesneden, om hun eigen gebied te vergroten." Amos veroordeelt hier de niet Joden maar het volk van Ammon, vandaag Jordanië met de hoofdstad Amman, voor brute oorlogsmisdaden wat ze pleegden tegen de meest kwetsbaren (zwangere Joodse vrouwen), puur alleen maar om meer land te stelen. Wederom, een oorlogsmisdaden waar de huidige Israel ook aan schuldig heeft gemaakt, met de steun van het Westen. Het opvallende aan dit soort verzen in Amos is dat God deze mensen niet straft voor het schenden van specifieke Joodse wetten, maar voor misdaden tegen de menselijkheid. Dit laat zien dat God volgens Amos een universele morele standaard hanteert: onrecht tegen elk menselijk wezen is een misdaad tegen God.
De Paradox van Gilead: De Cirkel van Geweld en Morele Ironie De geschiedenis van Gilead illustreert de diepe morele paradox binnen de Bijbelse traditie. Volgens de eigen teksten betraden de Israëlieten Gilead oorspronkelijk als veroveraars. Onder leiding van Mozes werden de Amoritische koningen Sihon en Og verslagen, waarna de Israëlieten het land opeisten vanwege de gunstige omstandigheden voor hun veestapel. In essentie was de oorspronkelijke inbezitname van Gilead een daad van territoriale expansie door middel van militair geweld. Hier ontstaat een wrange historische ironie. De gruweldaden van de Ammonieten die Amos veroordeelt in Amos 1:13 — geweld gebruiken om "hun gebied te vergroten" — weerspiegelen in feite de acties die de Israëlieten generaties eerder zelf uitvoerden. De Ammonieten probeerden territorium terug te winnen dat zij als hun rechtmatig eigendom beschouwden. Amos veroordeelt hen echter niet enkel om de territoriale verschuiving, maar specifiek om de ontmenselijking en de onbeschrijfelijke wreedheid (zoals het opensnijden van zwangere vrouwen) die zij inzetten als politiek instrument. Deze geschiedenis houdt de huidige staat Israël een confronterende spiegel voor. De ironie is dat de hedendaagse politiek in Palestina exact de tactieken hanteert waar de profeten de vijanden van Israël vroeger om vervloekten: het opofferen van burgers en het plegen van oorlogsmisdaden om "hun eigen gebied te vergroten". Volgens de ethiek van hun eigen heilige boeken is de agressor nu de partij geworden die de methoden hanteert die de profeten destijds als goddeloos en verwerpelijk bestempelden. Gilead bewijst hiermee dat landroof en geweld een vicieuze cirkel vormen, waarbij de huidige machthebbers de morele waarschuwingen van hun eigen voorouders negeren.
De Moderne Paradox: Militaire Afgoderij en Pragmatische Allianties. De profeten waarschuwden destijds onvermoeibaar dat het vertrouwen op "paarden en strijdwagens" een vorm van afgoderij was—een verschuiving van vertrouwen in God naar vertrouwen in militaire macht. De moderne staat Israël weerspiegelt deze verschuiving door zijn voortbestaan volledig te funderen op militaire superioriteit. Net zoals koning Jojakim indertijd op Egypte leunde om de dreiging van Babylon af te wenden, vormt de onvoorwaardelijke militaire en financiële steun van de Verenigde Staten vandaag het fundament van de Israëlische machtsstructuur. Hier openbaart zich een diepe theologische paradox. Hoewel traditionele joodse bronnen, waaronder de Talmoed, de christelijke leer over de drie-eenheid historisch als problematisch of zelfs als een vorm van afgoderij beschouwen, kiest de politieke elite voor een uiterst pragmatische koers. De miljardensteun en de diplomatieke bescherming wegen zwaarder dan de strikte naleving van religieuze principes. Voor het behoud van de macht wordt theologische zuiverheid opgeofferd aan de onderhandelingstafel van de geopolitiek. Deze strategie is nergens duidelijker dan in de alliantie met evangelische christenen. Hoewel deze groepen het jodendom steunen vanuit een eschatologische visie—waarin de terugkeer van de Joden de wederkomst van Jezus en de uiteindelijke bekering (of ondergang) van de Joden inluidt—worden zij door de Israëlische overheid met open armen ontvangen. Men accepteert de steun van een ideologie die in essentie streeft naar het einde van het jodendom zoals we dat kennen. Dit is overlevingshermeneutiek in haar meest radicale vorm: het aangaan van verbintenissen met machten die men religieus gezien als "vals" beschouwt, puur om de fysieke en politieke dominantie te handhaven. Net als de corrupte koningen uit de oudheid bouwt de moderne top een rijk op allianties die door de profeten van weleer als verraad aan de boodschap van God zouden zijn bestempeld. Het bewijst dat voor de huidige machthebbers de instandhouding van het systeem belangrijker is geworden dan de spirituele integriteit van het geloof.
Reactie plaatsen
Reacties